|
Stel dat je naar de zorg wilt. Je hebt iets met angst. Er dreigt euvel. Het is een veelvoorkomende emotie en een wereldwijd ingrediënt voor penarie. Op naar iemand die er iets voor weet. Ik vind het nu al lachwekkend. Zo gaat het in eerste instantie. Je weet niet beter. Naïef en onwetend denk je je shit bij een ander neer te leggen. Zodat die er iets aan kan doen. Wat je aanvankelijk veronderstelt. Iemand heeft er niet voor niets een studie op zitten, toch? Het noemt zich een behandelaar. Wat in andere woorden op een bepaalde manier heeft om te gaan met. Let op welke woorden er worden gebruikt. Het dient met elkaar om te gaan. Met elkaar samen te werken. Desnoods om iets heen te gaan. Dit is puur woordenboekenwerk. Theorie. In de praktijk kun je het vergeten. Er moet iets met je aan de hand zijn. Een vraagteken? In je dromen. De tijd van een gemiddeld gesprek is vluchtig. De sfeer nodigt niet uit. Zelf beginnen over...? Succes. Een open blik is geen garantie. Oogkleppen doe je niet af, als ze niet van jou zijn. Wat een rode vlag is, heb je nog te ontdekken. Nee, er moet iets met je aan de hand zijn. Dit kan niet anders. Plus, er is weerstand naar. Eigenlijk is de behandelaar dan al zoek. Men zal zeggen van niet. Vandaar dat zulke woorden een eventuele wrijving voorkomen. Door ze hier op te werpen. Niet bij een gesloten deur. Psychiater Thomas Szasz heeft ook niet zonder reden gewacht, met het naar buiten brengen van zijn werk. Wat pas gebeurde na de hete adem van zijn meerderen, tijdens de studie. Mij boeit het niet wie je bent en wat je doet. Ik wil je nergens van overtuigen. Me gelijk geven? Hoeft niet. Het is een mening waar ik het over heb. Boeien. Niemand is een genie als het om communicatie gaat. Kijk naar hoe je tijdens een relatie kan vervallen in ditjes en datjes. Zin om te kibbelen? Mee te doen met mierenneuken? Daarom. Of het andere uiterste. Als het soepel loopt, is er wellicht sprake van please-gedrag. Praat me er niet van. Of je eindigt in een eens met het oneens zijn. Iedereen heeft namelijk een kijk. Een eigen visie. In een sociale setting is er minder beheersing over hoe we doen, dan wanneer solo. Je kunt een punt naar voren brengen. Maar wees eerlijk. Je hebt liever dat het aan een ander is, hoe deze dit vat. Of deze iets aanneemt. Of manipuleer je liever? Laat jij je omgekeerd ook graag bespelen? Toch wordt er nogal wat ingevuld, zal ik zeggen. Niet Invullen Voor Een Ander is geen verkeerde deo, als onze mening naar een oksel ruikt. Wanneer we in plaats van tegen- samenwerken, blijft er van menig diagnose niets over. Wie namelijk met angst om kan gaan, labelt het niet. Die kan er zo mee in contact zijn, dat je het een vriendschap noemt. Liefde. Net als wanneer je geniet van andere verschijnselen in de natuur. Je bent sprakeloos en geen woord is het beschrijven. Ook 'sprakeloos' niet. Wie er mee omgaat kan aanmoedigen, een kritische vraag stellen en heeft een eigen ervaring met doorvoelen. Niet met een machtspositie welke ongelijke verhoudingen wekt. Noch met de printer waarmee we een middel tegen angst 'voor'schrijven. Laat het gaarne kijken naar onvoorwaardelijke liefde, wijsheid en juiste kennis. Niet protocol zus, in het gareel houden zo en vooral de eeuwenoude aversie naar angst. Het onderdrukken van gevoelens. Wat je vergeet wanneer je door de zure appel heen, ook merkt hoe zoet deze is. Het blijft een kwestie van opinie, niet? De psychiatrie is terecht een pseudowetenschap. Gezien het huichelachtige karakter wat we allen eigen zijn. Als bij een samenwerking onze houding naar angst verandert, worden we misschien ooit nog pro(fessioneel met) angst. Net als dat psyche en iatreia geen psychiatrie voorstelt, zodra de schijnheil in ons vertrekt. Na een opleiding hebben we de waarheid niet in pacht. Laat staan de ervaring van hoe we met elkaar omgaan. Elke situatie is anders en iedereen verschilt. De overeenkomst is niet genoeg, om dit te ontkennen. We willen misschien een mal om fabrieksmatig te werken. Doe het niet, is de tip. Je weet hoe lekker de zelfgemaakte taart van oma is. Geef het recept in de familie door. Of zeg terecht dat je liefde tekort komt, om je werk te doen. Het is er de plek voor om in de zorg je hart te tonen. Naast je hoofd te gebruiken. Als iemand een rol van behandelaar wil spelen, top. Leef je uit. Mij overtuig je niet. Al zal dit je een worst wezen. We zijn allemaal ego's als het er op aankomt. Je komt niet op je werk om met een desbetreffend persoon samen te werken. Dit spreekt voor zich. Je weet niet eens wie je gaat treffen. Je passie is niet dat je opstaat met het verlangen om mij te helpen. Noch wie dan ook. Ik heb het gevraagd. Waarbij het idee van hulp op tafel ligt. Wie helpt wie? Waarom? Hoe? Wat samen zal hebben te werken kun je gerust tegenstrijdig noemen. Anti. Vandaar grootschalige anti-middelen. Een industrie omwille macht en geld. Verzekeringsmaatschappijen welke labels willen. Om nog meer geld. Een deel is anders. Een klein deel, dat is. Ik ben niet de eerste wie er zo over schrijft. Charles Whitfield en Robert Whittaker winden er geen doeken om. Sommige psychiaters zien het anders. Thomasz Szasz heeft kritiek. Bram Bakker doet afstand van zijn titel. Stanislav Grof, Carl Jung en Lee Sannella schrijven zo over hun werk, dat samenwerking nadert. Dat er met angst wordt omgegaan. Dat ze inspiratie vormen. Iets waar het reguliere een puntje aan kan zuigen. In plaats van geld wegzuigen. En/of macht misbruiken. Omgaan met angst is iets anders, dan er op tegen zijn. Zeg dit dan. Wees eerlijk. Omgaan betekent zelfs verzet opgeven. Hoe mooi klinkt dit? Een sleutel om met angst om te gaan, dames en heren. Gooi alles wat je weet overboord en voel. Vraag. Waarom weerstand? Wat heb je er op tegen? |
Wat heb je er op tegen?
Tolerantie
|
Hoe paradoxaal het ook lijkt, het verdedigen van tolerantie vereist dat we intoleranten niet tolereren. Of juist. Wie zal het zeggen? is niet weg te denken in een relatie. Energie ook niet. Het vergt wat. Heb ik het er voor over? Ja, als ik zweverig ga doen wel. Wanneer ik een sobere houding verlaat en het nuchtere gedag zeg. Is het dan realistisch? Nee. Net zo het niet opweegt om half van iemand te houden, als ik ook volle pond kan bieden. Waarbij het eerste niet zonder het risico gaat dat ik een hel voorstel. Een ander mogelijk ook. Je moet er van houden... En het laatste? Dit heb ik niet meegekregen in de samenleving, opvoeding en op school. Al is het een prima variatie op doorsnee liefde. De ander met rust laten, zeg maar. Bezig zijn met iets anders. Met zelfrealisatie, bijvoorbeeld. Het realiseren van liefde gaat toch niet. Zo vraag je je of een zelf reëel is en vooral wie zichzelf is realiseren. Antwoorden heb je niet nodig. Net als liefde. Wat je anders gevangen houdt. Het bevrijdt niet. In de relatie heb je dingen te dulden. Zo is het en zo was het. Van aanpasaap tot dominatrix en pleaser tot wie het laatste woord bespeelt. Leuk spel, niet? Het vreet energie en wat krijg je er voor? Precies. Of het eindigt in een scheiding of het kabbelt door. Wat in het eerste geval een eerlijkheid behoeft, waar een lef voor nodig is. Welke je in het romantische stelletje niet gauw treft. Het stelletje wat laat zien hoe er na een eeuw nog geknuffeld wordt. Aan elkaar gezeten wordt. Wat je als peuter ook deed. Liefde van de lage drempel. That's ok. Voor wie niet is groeien. Niet dat je zonder een ander jezelf niet bent voelen. Het is net zo een lage vorm van. Er is een natuurlijke behoefte naar aanraking. Iets dierlijks, zo je wil. Let wel, niet om door een ander te worden betast. Er is een verschil tussen behoeften en verlangens. Dit in tegenstelling tot dieren. Welke niet met een ego rondlopen. Dus aan elkaar zitten, zonder een masker voor te houden. Wie het niet begrijpt, kent zichzelf misschien nog niet. Laat over je heen lopen, dan komt een keerpunt misschien. Een verschil zijn grenzen. Met het gevaar van overschrijding. Plus, niemand kent je hachje beter dan jou. Het kan zijn dat we niet in liefde groeien. Dan heeft een ander jou en jij een ander iets te zeggen. 'Ga je even douchen', zegt het na de sport en zonder vraagteken. Waar rommelig gedrag bekend om staat. Vragen zonder vraagtekens, door het huis roepen dat je thuis bent tot praatjes over van alles, behalve wat er hier en nu is. Het zijn maar voorbeelden. Pak je er een om te bespreken dan kun je het vergeten. Daar is het te klein voor. Voor jezelf opkomen vraagt om karakter. Geduld. Laat het opstapelen. Wie weet verwerkt het zich tot een inzicht en de daarbij passende taal om een les te leren. Vooral als het afleren betreft. Zo houdt praten op als je wakker wordt. Het is niet nodig. Ik heb toch niemand echt iets te zeggen. Andersom ook niet. Wat ik eerder begreep, minderde. Ik kan me ergeren aan vlak gedrag. Wat aan mij is, niet een ander. Wat ook niet gewoon schijnt voor velen. 'Het ligt toch aan een ander dat ik me stoor?' is het eerder. Ik hield me voor de gek met wat ik op televisie normaal zie vinden, ook normaal is. mij is, niet een ander. Wat een houding is welke ook niet gewoon is voor velen. 'Het ligt toch aan een ander dat ik me stoor?' is het eerder. Ik hield me voor de gek met wat op televisie normaal wordt gevonden, ook normaal is. Tel alles bij elkaar op. Met wie wordt er geen rekening gehouden? Hoe hoog loopt het op? Wie verrekent het? Het is een dure grap als je tig jaar samen slijt. Je ontkomt er niet aan in een (a)sociale setting. Als het gros dit normaal dunkt, zegt dat genoeg. We zijn het dan gewend. Ik had er ook geen erg in. Voor oude neigingen is er geen gum met garantie. Ook stelt het de realiteit niet voor. In een bepaalde omgeving kan het net als met kinderen zijn, dat er in 'Sinterklaas' wordt geloofd. In neigingen van de persoon met een ego. Wat een verhaal is. Niet de waarheid. Neem de tijd om tot jezelf te komen en het verleden te verwerken. Misschien kun je dan anders kijken naar wie dan ook. Dan heeft de illusie, zoals beschreven, misschien een kans om te worden doorzien. Over je heen laten lopen is niet tof. Ik vond het normaal. Nu niet. Er is ook geen oefenruimte om het af te leren. Afstand is een middel om niet in de sfeer te komen, wat als hondenpoep op me zit te wachten. Zo kun je me vertellen om door te eten. Dan eet ik desnoods niet. Noem het de eer aan mezelf houden. Ik gedraag me zelfstandig genoeg dat niemand me hoeft te vertellen wanneer ik een hap in de mond doe. Als de ander het loslaat, kan ik een maaltijd vervolgen. Er is geen verslaggever nodig is om te melden wat ik doe of moet doen. Wie laat zich de kaas van het brood eten? Aan zichzelf wordt gewerkt, begrijp me goed. Maar anders voor zichzelf opkomen, dan dat het in een maandblad leest? Ik denk ook niet dat een relatie vooraf de tijd en ruimte verzekert om een onderwerp als tolerantie te bespreken. Wat worden er aan afspraken gemaakt? Hoe pakt het uit? Wie heeft het lef om liefde voor te stellen? Noem het dan handel. Het kan zelfs beginnen met het vleselijke. Wat begrijpelijk is. Het vlees is zwak. Wie wat achter de rug heeft, denkt er wellicht anders over. Wat nog niets garandeert. Laat ons op de muil gaan, als het om liefde gaat. En terecht. Laat ook het sprookje van romantiek. Het is geen eindpunt. Je kunt er in blijven hangen en vergeten wie je bent. Het dunkt wijs om eerst jezelf te kennen. Wat geen einde kent, alsook niet kan. Kom er achter dat eenzaamheid niet bestaat. Zoals Christus zei staan er velen voor de deur. De eenlingen zullen het bruidsvertrek binnengaan. Hoe kun je trouw zijn aan een ander, als je niet trouw bent aan jezelf? |
Bitterzoet
|
is de smaak. Vooral het bittere is te merken. Het zijn onaangename woorden, welke me chagrijnig over laten komen. Zoals dat het leven hopeloos is. Noch betekenis heeft. Dat dè deadline zwaarder weegt, dan alle andere data. Wat nu tekst is, waarin dit wordt overgebracht. Waar je met je concentratie aanwezig bent. Wat af kan leiden van het zoete. Dat nog behoorlijk wat is, hetgeen niet bitter. Als ik een onderscheid maak in waar ik het bittere voel en de rest van het lichaam, is de rest best zoet. Of neutraal, zo je wil. Het is geen gewoonte van ons om dit te doen, maar met de oogkleppen af, ziet het er toch anders uit. Dan stoor je je niet zo aan 'een hondendrol'. Je merkt op dat het een stip is in het ganse zicht. Net als dat de woorden niets zijn, versus de ruimte waarin je leeft. Het beslaat maar een klein deel van het scherm. De computer weer een klein deel van wat je ziet. Wat je ziet, is wederom minuscuul ten opzichte van alles op aarde en ga zo door. Of dat het hopeloze en onherroepelijke je misschien niet aanstaat, maar dat het tevens geen waarheid is. Noch dat hoop dit wel is. Zo lever je alles in, of ga je door met dromen. Het eerste klinkt als groeien. Volwassen worden. Wat immer is en geen eindpunt kent. Wat je niet meemaakt op televisie. Wat je een droombuis kan noemen. Sla een boek open en er is een grote kans op een hij, zij en ik-verhaal. Op een ego wat wil overleven. Niet in de primitieve en fysieke vorm, maar vooral zo'n zelfverzonnen beeld in de geest omtrent een 'ik'. Blijf je erin geloven? Blijf dan zoete woorden kauwen, op basis van een overgroot deel zoet. Het nieuws, de politiek en wereldproblematiek kun je bij de volwassene vinden horen, maar een grote verandering in dat dit illusie is? Zet de buis dan uit en pak een goed boek. Lees door de schurende woorden heen. Neem die bittere pil. Zie dat het overgrote deel van je ervaring niet bitter is. Onze gewoonte is dat we doelgericht zijn. Zo worden we opgevoed. Wat geen excuus is om zo te laten. Vaak is het onschuldig. Al kan het bij een enkele knellen. Er is meer dan doelmatigheid. Of minder. Het is hoe je het bekijkt. Je kan je storen aan de oogkleppen, welke ermee gepaard gaan. Nogmaals, dit is niet de realiteit. Ons denken is niet realistisch. Ik kom er in voor. Zoals alles. Waarbij hoop en het hopeloze, of wat dan ook, geen van beide de waarheid vormt. Wie zich een tijdje heeft gestoord aan een beperkte kijk en wat ruimer is gaan zien, kan tot een inzicht zijn gekomen. Niet daarom, want hoe je een inzicht ontvangt ligt buiten een verklaring die ik, als ego en vanuit het denken, geven kan. Wat mogelijk aanmoedigt om moeite te besparen. Het leven geen betekenis? Mooi, dan hoef ik er niet mee bezig. Hopeloos? Dit is een tegengif waar ik op zat te wachten. Ego illusie? Praat me d'r niet van. Ik leun liever achterover. Aan de ene kant, en met het gebruik van de eeuwenoude ik-vorm, zeg ik ergens doorheen te zien. Het is niet echt een ik die dat doet, maar dit is taal. Geef me een voorbeeld waarin je met taal voorbij aan taal spreekt, dan praten we verder. Net als Lao Tzu zei is de geest verwarring. Osho vervolgde met op het moment dat je denkt, dat je verward bent. Denken is verwarring. Hoe wil iemand uit verwarring komen door te denken? Ook is denken niet weg te denken. Anders gezegd, de machine ratelt voort. Ondanks het idee om gedachten uit te zetten, is er in gedachten geen knop te vinden. Ergens is het futiel om er een woord aan vuil te maken. Al kent deze tekst geen doel en heb ik dus niets te verliezen. In tegenstelling tot hoe ik me voorheen uitte en ik dit over het algemeen om mij heen kan zien gebeuren. Er zijn genoeg redenen te verzinnen waarom ik iets doe. Al gaat dit niet zonder een doel voor ogen. Wat me verlegen is. Zie me anders als een kind op het strand. Wat spontaan schept om een of ander zandkasteel. Niet bewust van de schep, noch hetgeen een bouwwerk labelend. Het is op in het moment gaande en zorgeloos. Woeps, een golf spoelt alles weg. Floeps, de dood is net een golf. Klinkt het nog poëtisch ook. Toch is het taal waarin dit geschreven is en dat kan beperken. Take it or leave it. Net als het laten van een ego gedreven leven. Ik kwam er bijvoorbeeld niet achter door boeken te lezen. Neem het ervan. Ga leven. Wees hardleers. Wanneer een inzicht tot je komt weet niemand. Eenmaal ontvangen sta je nog wel achter het fornuis, een leventje te leiden, maar zie je in dat dit voor het verhaal is. Dan is het een toneelstuk geworden en kun je mogelijk ontspannen waar je dit eerder niet kon. Achter de schermen zit je dan misschien als grapjas nog een scène te vormen. Die je zoals mij op een podium laat verschijnen. Met nadruk op verschijnen. Als een zandkasteel van voorbijgaande aard. Door een golf meegenomen. Wat niet ongedaan is te krijgen. Dan ga je op je eigen manier vertellen hoe een bittere pil, zo bitter nog niet is. Hoe het zoete in verhouding groter kan zijn dan welke onaangename, zure en scherpe smaak ook. |
Ik kan niet zonder labelen
|
Jij niet, denk je. Ik wel. Jij ook, trouwens. Wees echter gronding in hoe je kijkt. Als je een relatie hebt, krijg je er onherroepelijk gedoe mee. Klein of groot, het invullen van vormt wrijving. Vroeg of laat is het af met de pleaser. Wanneer iemand voor zichzelf opkomt, komen de vragen. Grenzen wordt besproken. Althans, dit is het idee. Het is de vraag of het aan bod kan komen. Soms moet je dingen bewaren voor een andere keer. Ondertussen denk je, is dit het? Is dit liefde, of niet? Laat ik dit erbij horen en ga ik knokken of ben ik eerlijk? De relatie met mezelf heeft dit namelijk niet. Ik ben er een soort van allergisch voor. Wie is zonder anderen zichzelf benoemen, met de naam welke je gegeven is? Naast de vraag wanneer het praktisch is, en niet. Gezien het niet echt zegt wie je bent. Gedurende er geen reden is om me een naam te geven, geef ik me geen naam. Wat voor me voelt kloppen. Net als sprakeloos zijn. Van een zonsondergang kan ik genieten. Dan ga ik er niet doorheen 'tetteren'. Zonder labels kan er een immer groter wordende stilte groeien. Welke geen woorden behoeft. Sterker nog, ik label het al als stilte, om me naam te voorkomen en het er zeker niet onder te claimen, maar-
Hoe gaat vrouwenemancipatie ook alweer? Omdat de vrouw zich laat onderdrukken? Dank u, dames. Gun uzelf de ruimte en denk na, eer u het ruime sop verkiest. Er is niets op tegen. Maar het soppen foppen om vlugger zaad op u te voelen kloppen... waarom? Wie? In het geval van 'echte' liefde, wat je me niet wijsmaakt, zijn er weinig wie tot de bodem gaan. Zo lang er zwoele gevoelens zijn, is het wel best. Alsof je een baby aan de borst voorstelt. Welke met zuigkracht ruzies wegzuigt, alsof het de stofzuiger is. Vraag Google 'how many people have relationship problems?' en je krijgt dat breuk veel voorkomt, dat driekwart van de relatieproblemen nooit worden opgelost en mij met, 'hoe bezonnen zijn we, gezien we ons niet echt voorbereiden? Het is gewoon doen, want?' Sociale druk is geen verklaring. Je emoties niet beheersen, is geen excuus. De schade is voor eigen rekening. Zonder iemand is er geen paradijs wat aan je voeten ligt. Toch is de ademruimte anders in verhouding tot de verhouding. De ruimte is anders om het verleden te verwerken. Om dingen een plek te geven. Om jezelf te leren kennen. Al raakt wat ik zeg wie? Met collectief denken is er geen plaats voor solitude. We moeten door, dingen doen en de tijd loopt. De klok tikt. De angst eronder speelt een rol. Geef ik dit aan, dan is opeens niemand bang. Al trap ik er niet in, als een ander zich voor de gek houdt. Dit is geen helaas voor diegene, maar een zegen. Ik dank hen, wie mij op hun beurt een spiegel voorhouden, welke zuiverder is dan ikzelf. Zij het een boek van een overledene, of bij wie er in levenden lijve (n)iets voelbaar is, wat ik niet kan verklaren. Gezien het niet diegene is wie ik het toe kan schrijven. Sommige zeggen het ook. Het is eerder onze afwezigheid, dan ons ego... naja, vul maar in. De mainstream moet ook gewoon doen wat het wil. Met hardleers zijn, is niets mis. Wie is echter in staat om een andere kant op te kijken, in plaats van je door de media te laten beïnvloeden? Waar deze woorden ook onder vallen, voor de duidelijkheid. Lang leve de liefde is een geweldig programma. Niet omdat het waar is, noch iemand de ware vindt, maar ouderwets leedvermaak. 'Lang leve de larie' verkoopt mogelijk minder. Al kan het de titel vervangen. Leg een financieel en een eerlijk hart de keus voor. Lang leve het geld, of lang leve de liefde? Een eerlijk hart kan geld rotten. Een niet labelen is het zelfs voorbij. Het benoemen doet al geen deugd. Voor wie weet, wie weet, dat ik geen Labelspeeltje heet? Met labelnietjes in de vensterbank. Labelloos op de bank. En mocht er iemand zo gek zijn om met me naar bed te willen? Dan is het lepeltje lepeltje labeltje labeltje tepeltje tepeltje en als repelstrepeltje hoe ik je van tevoren vraag wie wijl het lepelt, als lepel geen label is? |


