Intelligentie

Wat is het toch? Zonder de definitie uit boeken. Ga even nergens van uit. Dit doet het geen eer aan. Hoe dubbelzinnig het ook is en de betekenis niet verkeerd. Wie echt wil weten wat het is, maakt er werk van. Zelf. Die komt met vraagtekens meer dan antwoorden. Met uiteindelijk geen antwoord. Eventueel met een vraagteken achter het vraagteken.
Er valt genoeg op te merken aan intelligentie. Naast een getal sommeren door middel van opdrachten en dit een intelligentiequotiënt (IQ) noemen, is een IQ ook een woord als intelligentie. Ingewikkeld. Waarbij een woordenboek geen gek idee is om het begrip op te zoeken. Wat iets anders is, dan echt willen weten wat het is.
Het kan een ingewikkelde bundel lettergrepen zijn. Genoeg om erover te struikelen. Je kunt er niet uit herleiden waar het op duidt. Of je gaat voor Latijn, maar dan vertaal je het. Zoals met alle woorden gaan we dan woorden geven aan een woord, om een andere betekenis te geven dan het woord zelf. Een definitie is zo definitief nog niet, zal ik maar zeggen. Wat het is, wordt ermee omschreven. Niet vastgesteld. Wat het is weet niemand. Voor het verhaal, dagelijkse omgang en de oppervlakkige sfeer, is het prima. Het vertelt niet echt wat het is. Boeien. Ons verstand is weer zoet en we kunnen verder.
Ga dus met niemand een discussie aan en net als mij eventueel ergens op een onbekend internetadres niet de schijnwerper opzoeken, wat zulke ideeën betreft. Dan kun je net als ontlasten je billen vegen, alias het scherm vies maken met wat anderen ook doen, maar niet over in gesprek zullen gaan zonder enige weerstand. Degenen met voldoende inzicht laten elkaar toch met rust. Het is onwetendheid waar iemand niets aan kan doen en andersom voor gewaakt kan worden. Uiteindelijk vul je zelf in hoe je de wereld ziet en is het jouw betekenis wat je ergens aan geeft. Niet wat school je wijsmaakt, je ouders, vrienden en zo voort. In het geval dat dit nodig is en zoals het nu de vraag stelt, intelligentie, wat is dit?
Het Latijnse 'intelligere' vertaalt het naar 'begrijpen'. Wat zegt dit? Dat intelligentie over begrijpen gaat. Verder staat er niets bij. Wie leest 'begrijpen' in het woord 'intelligentie'? Ik niet. Ik kan het woordenboek nadoen, een ander na-apen, maar zonder uitleg begrijpen wat het is? Het is niet zo klaar als een klontje. Om een woordenboek te zien voor het antwoord? Nee. Dit geldt voor alles. Het onderwerp is nu intelligentie, maar het is met elk woord te vervangen. We zijn geneigd om voor een woord andere woorden te gebruiken, te verzinnen zo je wil, om daarmee het antwoord te geven op de vraag: wat is het? Wat betekent het?
Wie een beetje intelligent is, ziet er toch door heen? Neem een boom. Wil ik weten waar de letters b - o - o - m voor staan, of waar ik naar wijs, maar niet weet? Niet het eerste, maar dit krijg ik wel als ik er naar vraag of een Dikke Van Dale pak. Dan is een boom een gewas met een houtige stam, die zich pas op enige hoogte boven de grond vertakt. Een stam met takken dus. Pech voor de palmboom. Die hoort er dan niet bij. Daar ga je met je woordenboek.
En vraag ik of het een stam met takken is? Om een beschrijving? Nee. Ik wil echt weten wat het is. Sta er bij stil om te zien hoe onvolledig het is. Ofwel je bedenkt meer. Van een stuk hout tot een voorziening van zuurstof en wat niet. Wees ruimdenkend. Of zo dat het niet meer is, maar minder. Is het een boom, of ben ik het zo gaan noemen? Ben ik het woord 'boom' gaan projecteren? Niets mis mee, hoor … mocht het praktisch zijn. Wat het negen van de tien keer niet is. Zoals met genoeg dingen. Verbanden leggen en creatief doen, dit kunnen we. We kunnen zelfs intelligent overkomen. Maar het zijn?
Een trucje is om het woord te herhalen. Zo, dat de betekenis ervan verdwijnt. Tot je opmerkt hoe loos het ook is. Of je zet iets op een rijtje. In het geval van intelligentie de geavanceerde computer, beesten van auto's en wat niet. Wordt dit zonder cliché intelligentie gemaakt? Voor het verhaal? Nee. Hoe intelligent we ons voordoen uit zich in uitingen. In waar we ons mee bezighouden, wat buiten ons ligt. Er is sprake van een inwendig proces om er te komen en we kunnen intelligentie ermee associëren. Waarom we met dezelfde intelligentie niet het inwendige benaderen, who knows? Misschien zit er zo veel tijd en energie in de buitenkant, dat er weinig over is voor binnen. Wellicht vinden we het massaal interessanter wat we doen, en niet wie we zijn. Wat natuurlijk niet zo is, maar logisch klinkt.
Net als dat het een peulenschil moet zijn om met jezelf tot de kern te komen, als diezelfde 'zelf' uitblinkt in raketwetenschap. Of een paar treden lager, gewoon een degelijk goed stel hersens heeft en iets relatief vlug doorheeft. Wat nog aardig wat mensen betreft, gok ik. Maar geen eerder genoemde peulenschil, zo blijkt. Wie zegt eigenlijk dat intelligentie nodig is om tot de kern te komen, als het bijvoorbeeld een eerlijkheid betreft, wat maakt dat je je afvraagt wie je bent, zonder tot een antwoord te hoeven komen? Ik zie niet waarom wie dan ook meer of minder bekwaam zal zijn, om simpelweg eerlijk te zijn met zichzelf. Om wie het werkelijk is.
Ook houden we ons eerder bezig met wat we willen, dan wie we zijn. Gedurende we een antwoord hebben is het oké, maar vervalt deze regel en wordt er eerlijk naar onszelf gekeken? Vergeet het. Zelfonderzoek komt wel als men klaar is met wereldse zaken. Niet dus. Het gaat ook lastig wanneer de verleiding groot is. Voor wie zich makkelijk laat lokken, dat is. Als we onszelf blijven bevestigen, zal de interesse om ons in twijfel te trekken weinig tot geen kans krijgen. Je ziet het overal. Alle kranten, bijna elk boek, de televisie, op je werk, thuis... het gaat onbewust, maar je kan zeggen dat de illusie in stand wordt gehouden. Dat er niet naar het tegendeel wordt gekeken. Dat is oké. En een no-brainer. Dan ben ik weg.
Alsof het elke dag Sinterklaas is, maar dan met volwassenen. Wie geen interesse hebben in wie ze werkelijk zijn. Liever met 'de cadeaus' in de weer dan aan 'de baard' trekken. Dan het masker ontmaskeren. Dan deze van het gezicht halen om de angst te doorvoelen en vervolgens te lachen. Omdat ook dit een illusie is. Vraag aan een echte Sint om je verlanglijstje waar te maken en denk dan terug aan Sinterklaas. Als je er een kan vinden...
Zie je me al aan een gesprek deelnemen? Ik vraag door. Je wordt gek van me. Gans als ik antwoorden onderuit ga halen. Alle antwoorden. Als je terugleest, gaat de vraag niet om een antwoord. Het is terecht dat een woordenboek geen omschrijving geeft van wie je bent. Waar ondanks dit idee anders mee wordt omgegaan, dan dat het intelligentie, en wie je bent, eer aan doet. Wie het vat, ziet dat er geen antwoord is. Dat ook een vraag een vraagteken is. Een zin met niet één, maar desnoods twee van die krullen met een stip eronder.
Wat doen we? Dit komt niet in ons op. In plaats daarvan moedigen we een verhaal aan. Verzin het, maak je eigen wereld en jij bepaalt wie je bent, toch? Wie ben ik dan? Nou, een persoon met die eigenschap, dat te hebben meegemaakt en zo voort. Niet onbegrijpelijk, maar ook niet intelligent. Niet omdat een tegenovergestelde wel intelligent is. Vandaar dit extra vraagteken. Zie maar in dat we knettergek zijn, naast onze o zo rationele kant.
Neem een ander voorbeeld van wie we zijn. Het hoeft namelijk geen verhaal te vormen. Je hoeft er niet eens over na te denken. Sterker nog, dit wordt voor je gedaan. Het wordt voor je ingevuld. Een deel van wie je bent ligt dan buiten onze macht. Wie ben je dan?
Let op. Of je dit verwarrend vindt, vul je zelf in. Wie je bent wordt namelijk hetzelfde gezien als wat je naam is en hoe je heet. Zo simpel. Handig bij een loket en op school, maar verder? Zo vaak is het niet van dienst. Wat zegt het over jou, als jij er niets over te zeggen hebt? Wie ben je dan? Je achternaam? Die is er al. Niemand weet hoe deze tot stand is gekomen. Theorie terzijde. Voornaam? Deze wordt je gegeven. Door wie natuurlijk niet kan weten wie je bent. Gans niet op het moment dat deze gegeven wordt. Je komt er mee weg. Je gelooft er zelfs in. Blind.
Je maakt ruimschoots gebruik van het antwoord op de vraag wie je bent, zoals we dit kennen. Bij een introductie in een groep bijvoorbeeld. Of het nu een cursus is of de Anonieme Alcoholisten, het begint met een rondje voorstellen. 'Vertel ons wie ben je bent' gaat het dan. 'Ik ben' en dan een naam. Basta. Zo is het. Zo kunnen we zeggen dat we een soort van slaapwandelen. De vraag welke ons wellicht doet ontwaken, wordt gelijk getackeld met een antwoord. Om door te snurken. Om in een droomstaat te blijven.


Stop eens met antwoorden geven. Sta stil, denk na en blijf vragen. Niet dat je er intelligent om zult zijn. Dat is het hem nu. Misschien gaat intelligentie dan de prullenbak in. Alsmede dezelfde definitie die maakt hoe hoog een IQ kan zijn. Volgens dezelfde theorie is het ook een kwestie van vlug vatten. Gewoon vlug vatten. Wat betrekkelijk is. En niemand niet meer of minder maakt. Noch het dure label van intelligentie betreft. Gezien een mens zo onintelligent niet is (aan de ene kant) en het ook om een gezonde dosis eerlijkheid gaat, lijkt het een kat in het bakkie.
Iedereen loopt met een grijnzend inzicht te vertellen wie we zijn door elkaar een naam aan te smeren, wijl het doorheeft dat dit niet waar... Sorry, ik ging ideaal. Ondanks dat er genoeg argumenten zijn, zal de mens graag in comfort bewegen, het aan eerlijkheid ontbreken en een boom gewoon vertalen in een stam met takken. Of zich als naam. In een vraag zonder vraagteken.

Ik wil dood



Hoe zijn onze relaties aan het einde van een leven? Hoe vaardig zijn we interactie dan? Wie is het gesprek dan meester? Niet als het om de vlakke variant gaat. Kletsen is geen opgave. Tijdens een babbel praat het net zo door als in gedachten. Diepgang is anders. Wat stilte de kans geeft. Waar een pauze wordt gebruikt om te bezinnen. Op deze manier krijgen andere onderwerpen de ruimte in plaats van een alles-goed-verhaal.
De inleidende vraag is wat er in een eeuw qua conversatiekunst gebeurt. Tuurlijk, over het algemeen zijn er wie een aardig woordje wel spreken. Dit blijft echter verantwoorde kuddetaal. Politiek correct. Binnen de lijntjes. Waar de interesse ligt, is wie hier van wijkt. Voorbij gaat aan. Een voorbeeld toont. Om immer te groeien. Om niet alleen fraai te spreken, maar ook uit te dagen. Door grondig te onderzoeken en het totaal niet uit ogen te verliezen. In dit geval valt het gros af.
Er zijn anderen met vraagtekens, merkte ik. Met vragen welke niet beantwoord hoeven worden. Je gaat er voor zitten, voelt alles aan de tand en laat elke aanname een ingang zijn voor een volgend onderzoek. Antwoorden worden overbodig. Zelfs vragen verdwenen. Wat geen oorzaak en gevolg is, maar een beschrijven van. Gezegend was de bereikbaarheid van een. Met een gezonde dosis humor. In levenden lijve. Zoals deze aangaf, is leer over te brengen via schrift. Waar hij
niet de enige
When my guru Maharaji

instructed Hari Dass Baba to train me, Hari Dass had been silent for many years. He communicated with a chalk board on which he wrote simple phrases. He instructed me to be silent also and prepared a chalk board for me. At first it seemed like a game, but its depth and beauty became apparent in time. First of all I got tired writing long answers, so I started to find simpler ways of saying things, which in turn simplified my thoughts. A dialogue via chalk boards slows down communication sufficiently to see individual thought forms and the space that surrounds them. This space between statement and reaction considerably deepened the quietness within me. There is a great loss of energy in our normal chatter. Silence brought me great energy and clarity. As Hari Dass wrote, 'Nothing is better than something.'


                                                                Ram Dass
                      Journey of awakening, page 112-113
in was. Net als dat er in boeken genoeg te vinden valt om contact te mijden. Ik begon door dingen heen te kijken. Dingen in te zien. Alhoewel ik niets tegen directe communicatie heb, hield ik de boot af en voorkwam het vervolgens. Het is niet nodig om in persoon de aandacht te vragen. Het grootste deel is al gezegd. Niet alleen door anderen, maar ook door degeen in kwestie.
Waarom ik het niet kon laten om hem een brief te schrijven? Noem het twijfel. Extra steun kon geen kwaad. Al verwachte ik geen response. Ik verstuurde een idee zonder intentie. De reactie was vrijblijvend. Eerst dacht ik mezelf te weerhouden. Toch maakte iets me niet in staat om dit te doen. Aan de ene kant was gidsing niet nodig, aan de andere kant speelden er oude neigingen. Die van interactie en sociale onzekerheid, bijvoorbeeld.
Bedenk dat ons milieu er niet voor is gemaakt om te groeien. Niet als het om zevenmijlslaarzen gaat. Als je uit de mentale gevangenis breekt, laat je wie dan ook achter. Wat er weinig meemaken. In de grot van Socrates zijn we tevreden met de schaduw. We leven onder de steen van illusie. Zonlicht is nog te fel. Kunstlicht is oké. De krant is te doen, maar een schurend boek? Nee.
Neem vandaag de dag de televisie. We weten niet anders en zijn er al bij tevree om op de bank te ontspannen. Betrekkelijk, want ik vervloek de radio als ik een fractie van reclame, hoor. Zoals vijftien minuten alleen voor mij een makkie is, dient een ander zichzelf een pijnlijke schok toe.
Bewustzijn kan verschillen. Hoe ga je met het sociale leven om, als interactie knelt? Het vergt geduld om met iemand tot een kern te komen. Het levert niets op. Bij de een kan je pas na een jaar de vraag op tafel leggen wat het werkelijk is dat ze wil. Op een werkvloer duurde het jaren eer een 'maar wie is die 'ik'?' de kans kreeg. Met een response van 'daar moet ik over nadenken'. Waar ik van opkeek. Zo vroeg ik de werkleider ter aankondiging van een ontslag, 'wat doe ik hier als er geen groeimogelijkheid is?'.
Wat doen we al die jaren op aarde? Waarom boeit het ons niet wie we werkelijk zijn? Want wie is die 'ik', die je sinds kinds af aan klakkeloos van je ouders na bent apen? Over het alledaagse wordt nauwelijks nagedacht. Je valt in slaap? Sure, ik pak elke avond een trap, klim erop en laat me in bed vallen. In slaap. Al slapen we overdag ook, als je het mij vraagt. We worden nooit echt wakker. En wat is slaap eigenlijk, als je eerlijk bent? We zijn gespitst op een antwoord, wijl de vraag hier niet om gaat. Elke waarom heeft een daarom? Alles ligt open ter discussie. We blokken er op school zo'n oorzaak en gevolg in, dat het de vraag is wie het nog loslaat. Of desnoods anders ziet.
Wanneer je uit de kudde stapt met bepaalde inzichten, is het niet de vraag waarom je terug wilt, maar of het nodig is. En als wie. Al kan conditionering je beïnvloeden. Je oude masker jeukt, je wilt bevestiging en kortom iets voelen. Om angst niet te voelen. Net als met een voormalige neiging naar nicotine, ben je als ego-verslaafde aan het afkicken. Waar geen kliniek voor is. Ego's houden elkaar immers in stand.
In sommige bronnen lees je over een leraar leerling-verhouding. Wat ik nog onderzoekende was, eer ik in actie wilde komen. Het bleek niet van toepassing. Geen verkeerd woord over wie er (tijdelijk) gebruik van maakt. Het daagde me dat het niet per se nodig is. De persoon in kwestie bood individuele sessies aan. Al betrof dit spirituele therapie en geen leer. Wat niet is wat ik versta onder een meester leerling-relatie. Dat het in India wellicht gebruikelijk is om naar een goeroe te stappen, kan. Zet het idee opzij. Pak pen en papier. Wees kort, krachtig en laat het vervolgens los.

'Ik wil denkbeeldig dood, van mijn illusies af. Hoe doe ik dit?'

In de Geestelijke Gezondheidszorg riskeer je hiermee een mogelijke opname. Bij de ontvanger niet. Van de response begreep ik om zijn werk te lezen. Ik had al wat boeken achter de rug en realiseerde me het een en ander. Dat er bijvoorbeeld geen is, wie zich is realiseren. Wat een ingang biedt voor ambigu. Niet om het als onmogelijk te zien. Of vanuit een andere kant wel. Speel ermee. Het is taal. Toch wilde ik de interactie aangaan. Een kleine zekerheid wellicht. Het kan geen kwaad, dacht ik. Mits ik het kort hield en erachter stond. Het was nota bene verzocht om in twee zinnen je verhaal te doen. Wat een idee is dat ik overnam. Voor mezelf naar mijzelf en wie dan ook. Wat past in een leerzame omgang. Al moet ik er niet aan denken om voor leraar te spelen. Niet alleen om de rompslomp van nog trivialere vragen dan die van mij, maar ook mijn eigen raadsels.

'Ik wil denkbeeldig dood, van mijn illusies af. Hoe doe ik dit?'

Top. Begin maar met wie er dood wil en eventueel waarom. Wanneer je de 'wie' vraag voldoende herhaalt, is het zonder garantie mogelijk om geen antwoord te verlangen. Om je te realiseren, dat er geen realisatie is. Voor het dubbelzinnige verhaal en niet de totaliteit. Net zo om door de vraag te zien, zonder ziener te zijn. Zodra je iets aanneemt, tackle je het met een vraagteken. Zo nodig werp je er een andere kijk op. Je onderzoekt alles. Je kijkt naar voorgangers. Het idee van de ontvanger? Lees zijn boeken. Voor de afwisseling pak je andere. Er is ruimschoots inspiratie. Om jezelf aan het werk te zetten. En in andere woorden, om te stoppen met werken. Het is dubbel. Waar je niet van opkijkt, wanneer je door de illusie ziet. Noch dat je dan terugdeinst voor het zogeheten directe pad, sadhana en methoden zoals advaita, jnana en ander spiritueel kannibalisme.
Op deze manier is er zo kort mogelijk contact geweest, heb ik zo min mogelijk gestoord en tijdens de drie bijeenkomsten om het over waarheid te hebben (satsang), mijn mond gehouden. Al wetende dat ik niets toevoeg. Na wat video's, boeken en de derde sessie zag ik in dat ook satsang beperkt. In een groep ben je overgeleverd aan wie iets te zeggen denkt te hebben. Laat het me onderhand de strot uitkomen om elkaar aan te horen. Ondanks dat de onderwerpen en interactie tijdens zo'n bijeenkomst anders zijn, dan bij een kopje koffie op het werk. Eventuele humor is ook mooi meegenomen en een teken dat je op het juiste adres bent. Maar daar kwam ik niet voor. Directe taal en scherpzinnigheid is niet iets waar je bij een ander van afhankelijk bent. Zelf doen dus. Of wat ik al zei, niet iets in stand houden, maar laten. Kijk eens wat er gebeurt als je het allemaal niet hoeft te weten. Ontdek wat er zich voltrekt, wanneer je verlangens doodbloeden. Stap uit het dagelijkse, het onbekende in.
Achteraf vroeg ik me af, of het echt nodig was. Niet dat je iemand erg lastig valt met een paar zinnen. Noch dat de inhoud voor dit persoon zorgwekkend over heeft te komen, als je zijn boeken leest. Ik schreef figuurlijk en aan de hand van zijn werk, zag ik er geen probleem in.
Al werd letterlijk sterven ook een ding. Niet in de zin van suïcide, maar als ondersteuning om met het leven om te gaan. Als remedie voor verlangens. Ondanks dat de dood dan ook een verlangen is. Met de nadruk op verlangen. Dus niet een verkorten van het leven. Dat ik er wel licht in zie, maar het overlaat aan de natuur. Wijl ik door doodsangst heen voel, op de weg er naar toe. Het is onherroepelijk. Waarom het dan moeilijker maken dan het is? Naast dat een sombere kijk op het leven een antigif is voor wereldse verlangens. Met een grijns naar wie het niet begrijpt. Wie niet terugdeinst het gehele spectra aan emoties, kan vreugde tot het vreselijke over een kam scheren. Toedels met een taboe erover. Vreet je door angst heen, om er geen vijand in te zien.
Zo ook met de angst van een denkbeeldig stervende ik. Waar ik eerder bij niemand dit ei kwijt kon, bleek er toch iemand om mijn hart te luchten. Op mijn manier. In eigen woorden. Wat ik zeg, in de zorg krijg je zo'n diepgang niet tot stand. Laat staan dat het wordt begrepen, versus het met misvatting en al verzorgen van een gesloten afdeling en dagelijkse drugs. Omdat men van mening zal zijn dat het slecht met je gaat. Wat niet zo is. Noch dat het slechte slecht is. Het is zeldzaam dat er iemand iets zinnigs over zegt. In de zorg is de eer aan Damiaan Denys. Met een response op de vraag 'zijn we ziek als het ons niet lukt om gelukkig te zijn?' [        ] Alle gekheid op een stokje. Je wilt van je illusies af en denkbeeldig, psychologisch dood?

Ja...             Grapjas. Nu serieus.             ...hoe doe ik dit?              [        ]