Het idee dat je dit of dat bent maakt niet dat het een feit is, waar het over gaat. Maak het waterdicht, of zeg het anders. Dat je je een man of vrouw vindt, is geen feit. Betrekkelijk ja, dan zijn er feiten in overvloed. Dan vindt je je niet alleen een sekse, dan ben je er ook een. Het is niet zo, maar het klinkt. Niet hoeven na te denken en met een schijnzekerheid op zak is het zo. Je leest het, je hoort het en je zegt het. 'Ik ben' en vul maar in. Het kan handig zijn om het zo te zeggen. Voor een vragenlijst is het een norm, om een kruisje te zetten bij het woord man of vrouw. Als er 'het idee dat je je een man, of vrouw vindt' staat, kan dat. Het is de vraag waar de vragen dan voor zijn bedoeld. Of ze ergens voor zijn bedoeld. Meestal lijkt er een bedoeling te zijn, speelt de illusie van tijd een rol en zit er een kant aan om duidelijk te begrenzen wat het is, wat er wordt gevraagd. Waarom? Om vluchtige weetjes te verzamelen omtrent een doel wat is gesteld? Sure, no offense. Het is niet gek om zo te werken. Het is knettergek, maar ook gewoon en niet mogelijk om er iets aan te veranderen. Tuurlijk lijkt het normaal om dingen van elkaar te scheiden en te doen alsof het feiten zijn. Waarbij van doen alsof niet eens sprake is. Het lijkt zó echt, dat het echt is voor de knettergekke, slaapwandelende dromer. Of droomster. Welke een feit tussen de benen denkt te dragen. Wat tot nu toe niemand waterdicht heeft gemaakt. Sterker nog, er komt vocht uit. Veel zelfs. Zo'n honderdduizend liter lekt er in een mensenleven uit. Dit noem ik niet waterdicht. Van een andere kant bekeken ligt het woord 'feit' als waarheid in de mond. Er wordt niet over nagedacht. Naast het geslacht zijn er tig dingen, wat als feiten worden beschouwd. Wat vaker voorkomt dan te bespreken, wie dit als feiten ziet. Of wie zich vraagt of het zelf een feit is. 'Ik ben een feit, toch?' zal je zeggen. Nu, in de opdeling der dingen speel ik een feit. Ik ben betrekkelijk zelfs even een feit. Zo lang duurt het leven niet. Al gok ik dat er weinig zijn, wie dit zo zien. Tijdelijk, want ook dit zijn woorden die de realiteit niet halen. Net zo wat er zich tussen de benen bevindt. Leuk om op tafel te leggen in de koffiepauze, niet? Nee, er heerst zo'n dikke-laag-stront-tussen-de-oren-sfeer, dat ik er niet over begin. Andere geloven er maar in dat ze een man of vrouw zijn, met hun aanwijsbare edele delen. Mij houdt je niet voor de gek. Er wordt al weinig nagedacht. Zoiets als het gender is me te makkelijk om door te gaan voor een niet te weerleggen feit. Dit staat los van een dagelijkse gang van zaken, waar een betrekkelijk feit op van toepassing kan zijn. Wie aan het einde van een mensenleven nog gelooft in feiten, doet precies dit. Geloven. Het 'ik ben een feit' is ook bij lange na geen argument, om het als feit te bewijzen. Net als dat een paspoort voor iets anders bedoeld is, dan het werkelijk bewijzen van ons als feit. Het was ooit om de persoon veilig door een ander land laten reizen. Waarbij de persona niet voor niets een ander woord is voor een masker en zich ontleent uit het theater. Gelieve niet geloven wat hier staat, alstublieft. Het is onbedoeld om niet de ene kijk, maar een andere aan te nemen. Zet het naast elkaar, zie het als een idee en lach. Of huil. Het is vanuit de persoon teleurstellend om erachter te komen dat we niet zijn, wie we willen dat we zijn. Wat valide is, geen waarheid. Wie bepaalt wat je wordt, wat je krijgt en wie je bent? Begrijp me goed, we hoeven niet te voelen dat er geen antwoord is. Er spelen neigingen op. Er moet een reden zijn. Er kan met het verstand naar worden gegrepen. 'Geen antwoord? Dit kan iedereen begrijpen.' Ook om begrip gaat het niet. Het houdt je gevangen om woorden te gebruiken. Voor een groot publiek wordt geschreven over dat wat je wil, krijg je ook. Juffen en meesters zullen kinderen blijven aansporen om iemand te worden. Niet dat er iets op tegen is. Het kan zelfs grappig zijn. Om jezelf en anderen bezig te zien met een of ander zelfbeeld. Als ik goed kijk, heb ik dit beeld nog nooit ergens anders voorbij gedacht zien worden, dan tussen de oren. Ik kan het zwart-op-wit zetten. Het is niet waterdicht. Een diploma kent relatief nut. Het kan zelfs lastig zijn om deze in de prullenmand te werpen, zo gehecht als je er aan kan zijn. Je kan het ook met je aan de haal laten gaan. Je gelooft er in, maar je zegt het anders. Kom je op sollicitatie, dan is het geloof foetsie. Je zegt niet 'ik geloof iemand te zijn'. Noch alsof je iemand bent. Je speelt niemand. Je bent iemand. Hoe anders? Nou, door een satsang te bezoeken en je 'ik ben huppeldepup' daar te bespreken. Dan piep je anders. Al heb je een juiste te vinden, wie het regelt. Dan zit je niet tussen de mannen en vrouwen. Dan wordt je geslacht 'geslacht'. Wie je bent is een eeuwenoude vraag. Het kan alle kanten op. In eerste geval heb je er een antwoord voor. Niet geïnteresseerd of het echt zo is. Het is voldoende voor dat moment. Na wat jaartjes schijnt het voor sommigen niet genoeg. Te veel, zelfs. Het zijn maar woorden en je hebt dingen meegemaakt, welke voorbijgaan aan taal. Bijvoorbeeld een bijna dood ervaring, een geboorte en/of iets bovennatuurlijks. Iets fluistert je dat niet bent, wie je denkt wie je bent. Dat je niet bent, wie je zegt wie je bent. Dat je niet bent, hoe anderen je zien. Misschien wil je meer. Je wilt je meer verknippen dan je al doet. Wat je nog minder maakt, ook. Om je meer te voelen, blaas je het op. De egoïst is geboren, zeg maar. Wat voor zelfonderzoek uitkomt. Een vergrootglas heb je dan niet nodig. Je verknipt je. Wat figuurlijk betekent, als je jezelf letterlijk een vel papier vindt, met daarop alles wat je over jezelf kan bedenken, dat er dingen afvallen. Je onderscheidt je van de rest. Je was voetballer. Nu niet. Knip. Jongen? Nee, man. Knip. Ben ik van een rechtse partij? Nu wel, knip. Zo kan je met een zelfbeeld omgaan. Met miljarden op aarde zal het variëren en er kunnen beelden zijn, waarvan ik zeg, 'goh, gaaf. Zo had ik het nog niet bekeken'. Al is het dit. Iets waar je naar kijkt. In het bolle koppie. Totdat je het op papier zet. Om te lachen. Wie heeft niet zoiets van 'ben ik dit? Een ik, met een bundel gedachten? Een hoop gevoelens? Wat in me verschijnt, maar "het bewijs" met zich meeneemt naar god mag weten waar? Het is van de zotte.' Hang je diploma aan de muur en loop naar achter. Ga op je kop staan en probeer het te lezen. We zijn zo gewend aan dezelfde houding, op dezelfde manier en zoals Einstein zei is 'insanity doing the same thing over and over again and expecting different results.' Soms is een tegenovergestelde richting inslaan een idee, om je uit een gewoonte te halen. Tuurlijk lijkt een diploma waardevol. Je bent eindelijk 'iemand'. Je kan iets. Het staat op papier. Al zal een beetje werkgever niet naar je cijfers kijken. Integendeel. Maar de studie was een geweldige tijd, toch? Was ja, voor wie in het verleden blijft hangen. Wie niet genoeg in het heden leeft. Wie de waarheid niet onder ogen komt. Angst wacht. Maak je geen zorgen. Deze blijft vragen om aandacht. Om niet aan een papiertje te denken. Om niet in de spiegel te staren. Om niet tussen de benen te voelen. Tenzij de angst daar speelt. Het is niet niets om een man of vrouw te zijn. Het kan met je aan de haal gaan. In plaats van een sekse te spelen en het als masker te dragen, kan je het met jou laten spelen. Je acht jezelf iemand te zijn. Je doet indrukken op en denkt dat ze echt zijn. Al zijn het meningen, voor jou is het waar. De overstaande gender speelt op in je hoofd en op gaat het geslacht. Of nat wordt 'het feit'. Het is niet waterdicht, remember. Het lekt aan alle kanten. Gedurende je je in omgevingen begeeft waar je wordt bevestigd, kan het lastig zijn om het spel te doorzien. Iemand van tachtig is geen garantie dat het door het sprookje ziet. In liefde wordt geloofd, ongeacht leeftijd. Wijsheid komt niet met de jaren. Om je niet verder te verwikkelen in ingewikkeldheid, stap je weg van interactie. Zoals ergens op in zoomen een manier is om iets te bestuderen, is het tegenovergestelde dit ook. Het kan zijn dat er bij het afstand nemen van dingen een ruimte is om ze te verwerken. Wederom door de angst aan te kijken. Doe je het niet, dan laat je je maar weer vallen voor die ene vrouw, of vent. De leuke kanten zullen je minder en minder overtuigen om het te doen, maar toch. We zijn hardnekkig, niet? Heb je toch nog de ware kunnen vinden. Je past je idee erop aan. De prins op het witte paard is verleden tijd. Ook de prinses ziet er ondertussen anders uit en hé, je noemt het nu een innerlijk waar het om gaat. Sure, droom verder. Een innerlijke wereld is net zo verzonnen als al het andere. Wie nog van zijwieltjes is en zich van angst afleidt, doet maar. Het zijn woorden, niet de waarheid. Dit is op diens beurt net zo een verhaal. Wat niet waar is. Wat ben je nu aan het lezen dan? Leg het weg. Angst is er ook subtiel. Tussen de regels door. Voel de pulse. Het is geen liefde, maar je kan doen alsof. Een hart, om het zo te noemen, vertelt niemand wat het is. Angst zijn vijf letters, welke komen en gaan. Om te voelen staat het in de weg en het is zoals elk mantra, niet hèt mantra. Is het niet zo? Zoek angst dan op. Versus het volgen van deze zin waar het idee dat je dit of dat bent, niet maakt dat het een feit is, waar het over gaat. Maak het mannelijke waterdicht, door er een knoop in te leggen. Of het vrouwelijke, door het te voorzien van een stop. Dat je een man of vrouw bent, staat in de weg om te voelen. Je bent het namelijk niet. Een man of vrouw voelt ook niet zo, als wanneer het geen man of vrouw is. In andere woorden, tijdens seks is er geen sprake van een man of vrouw. Tast neemt het over, lichaamstaal is woordloos en waarneming zuiver. Wat altijd zuiverder kan. Net als mijn woorden. Welke onzuiver zijn, of niet dan? |
Wie is in feite?
'Ik hou van je'
|
is net als reclame een prima slagzin om jezelf aan te bieden. Om een ander te overtuigen van hoe je je voelt. Om ook voor jou te gaan. Maar begoocheling is het mede. Zoals het product in een advertentie, hoeft de verpakking niet overeen te komen met wat je vervolgens ontvangt. Dit is hoe het is. Het hoeft niet eens aan hetgeen in kwestie te liggen. Wat vaker het geval is dan een doorgestoken kaart. Al is de grens van manipulatie ook niet altijd helder. Onwetendheid en gebrek aan ervaring kunnen maken dat hetgeen zelf ook niet weet hoe dit uit kan pakken. Wat vind je ervan dat er jaarlijks grofweg twee scheidingen per duizend mensen zijn? Dit stelt zestien miljard voor in verhouding tot de wereldbevolking. Los van dat mensen bij elkaar blijven, maar met de vraag hoe echt de liefde is. Wat liefde overigens is. Vooral wie het voorstelt. Dit kan aardig verschillen, ondanks het overeenkomstige woord. Om er diep op in te gaan zet je de televisie uit, leg je het maandblad weg en vraag je papa en mama niets. Pak eens een goed boek. Zo'n schrijver die schuurt. Welke dingen zegt, die je niet wilt horen. Dan praten we verder. Of niet. Want net als na andere inzichten heb je elkaar dan eigenlijk niets te vertellen. Na drie keer een satsang te hebben bijgewoond, is het me helder dat ik er verstandig aan deed om wie het gaf niets verteld, noch gevraagd te hebben. Het is zinloos. Liever een gezamenlijke stilte zoals in meditatie, dan met wilskracht tot iets komen. Waar je van tevoren al weet hoe de vork (niet) in de steel zit. Zo ook met liefde. Er is een kant, een prille, onrijpe en onvolwassen kant, die je prooi maakt van romantiek. Het idee dat je erbij wilt horen, iemand 'hebt' en franje voor je ziet. Van een gezamenlijke maaltijd en een strandwandeling tot de lekkerste seks... is geen behoefte, dames en heren. Het zijn verlangens, begeertes en het is de wil van het ego. Het is niet noodzakelijk, maar een door omgevingsfactoren opgedane misvatting van hoe we ons in actie kunnen zetten. Wat niet hoeft. Niemand heeft je iets gevraagd, noch dat je iets verplicht bent. Er is niets mis met het idee dat dit in je opkomt. Juist niet. Hoe gewoon zijn gedachten en gevoelens? Gewoon genoeg. Naast dat het er ook gewoon genoeg zijn. Teveel als je het anders bekijkt. Nevens dat het verschijningen zijn in het lichaam en de geest. Er hoeft niet naar te worden gehandeld. Lees de Tao tot en met een spiritueel verantwoorde docent en je begrijpt maar al te goed hoe we ons leven anders kunnen leven, dan we tot nu toe doen. Niet eens hoeven te leven. Inzien dat het een illusie is, is genoeg. In de westerse wereld is het andersom. Hier doet niemand wat aan. Het zal zolang de mens bestaat zo blijven. Wat ook niet erg is. Je komt ergens vandaan. Een karakter kan pas worden gevormd, als er sprake is van een boog. Met bijvoorbeeld het tegengif van tegenovergestelden. Om afstand te nemen van algemene kennis, clichés en wat in eerste instantie voorbeelden lijken. Alsook het idee van een karakter, in alle dubbelzinnigheid. Uiteindelijk lukt het niet om na de onthulling in Sinterklaas te geloven. Voor barbies is er een fase en er is niemand die na het ontgroeien ervan nog op dezelfde manier de pop in handen neemt. Zo ook laat je geleidelijk het ene boek na het andere achter je. Eerst Nijntje, dan de Vroege Lijsters, vervolgens Roald Dahl, Tolkien, Stephen King, Nicci French en de lijst is eindeloos. Je leest hier en daar nog wat wetenschappelijke boeken. Je stapt over naar de spirituele leer. Je pakt er bijbels bij. Had ik de krant al genoemd? Die kwam niet eens aan bod. Maar dit ben ik. Kranten zijn me geen leesvoer. Niet om de taalvaardigheid, want dit tonen ze. Het is teveel van hetzelfde. De schrijfstijl is niet denderend. Het komt op een bepaalde manier over dat ik me vraag, wie vind het leeswaardig? Echt? Wie zegt zichzelf, 'ik ga eens lekker voor mijn plezier de krant lezen'. Plus, het is eerder zorgwekkend en deprimerend, dan dat je er lekker van slaapt. In de verkeerde zin van het woord. Tienduizend kilometer hiervandaan... het is niets persoonlijks. We maken het er wel van. Kun je bij de koffie doornemen wat onze grote vriend Trump te melden heeft. Alsof het een effect heeft op jouw leven. Of hoe erg dat ongeluk in die stad is, waar je nooit naartoe zult gaan. Het zijn tal van onderwerpen waar niemand van wakker ligt, als je het mij vraagt. Na enige woordkunst te zijn gaan lezen, vielen de kwartjes. Niet als verklaring, maar beschrijving van. En het intellect wil ook wat, toch? Ik kan er een soort schaal van niveaus in zien. Nijntje is supertof als je drie bent. Maar bij dat er in de wasdom al gauw geen uitdaging is, valt het me op hoe we massaal blijven lezen (waar niets mis mee is) zonder uit die fase te groeien (wat een vraagteken plaatst). Volwassenheid is immers een term om aan te geven dat iets groeit totdat het volwassen is. Niet dat het ooit vol groeit, overigens. Er zit geen einde aan. Al komt het zo over in de samenleving. Leeftijd zegt niets als het er om gaat. Net als liefde. Vaak komen we er al op jonge leeftijd in een of andere vorm mee in aanraking. Met een tamelijk vlakke variant. Een soort lage drempel voor beginnelingen. Zijwieltjes, zogezegd. Welke ons ook nog de verkeerde kant op doen kijken. Namelijk die van het ego en niet van het onvoorwaardelijke. Het is op televisie de normaalste zaak van de wereld, papa en mama schijnen van elkaar te houden en nu jij nog. Je doet gewoon alsof je het weet. 'Ik hou van je' is de slogan en ik vind mezelf authentiek in mijn gevoelens voor deze of geen. Dit is toch een goed begin? Nu, misschien slaan we massaal een goede voorbereiding over en zijn onze ogen groter dan de behoefte. Wat geen behoefte is, maar zucht. Ook is het niet gek dat we eerst iets doen, alvorens we erover nadenken. Er zijn genoeg risico's in het leven dat het geen zin heeft om deze voor elke stap tot in de puntjes door te nemen. Wat opvalt is dat het na een eerste keer meermaals wordt herhaald. We sterven zelfs zonder benul van wat er achter liefde, ons masker en dus ego zit. Of juist niet zit, voor de illusie wat het voorstelt. Zo komt tussentijds beraad niet altijd voor en worden er pitstops gemaakt. Afgelikte boterham? Boeien! Je kunt soms niet wachten om een kanjer voor je te winnen. Wat ook iets zegt over de mentaliteit in onze cultuur. Het is geen wedstrijd, maar het lijkt er op. Als je op straat al niet eens naar iemand kan kijken, zonder dat diens partner ervan jouw laat weten dat diegene van hem is... Het is me een keer overkomen. Ik keek gewoon. Ik zag iemand. Dit gebeurt dagelijks met het aantal wezens dat de aarde telt. Ik voelde me niet eens aangetrokken. We kunnen angst maskeren. Door boos te reageren wanneer iemands blik op iets van de ander... zucht. Hebzuchtiger kan, maar dit is een voorbeeld van hoe raar we zijn. Ik stopte om zijn boosheid met open armen te ontvangen. Bij de woorden dat ik hem een brok liefde voorstelde, liep hij verder. Mogelijk bewust van zijn gedrag. Althans, dit mag ik hopen. Weten doe ik het niet. Wat gepaard gaat met de ik-hou-van-je's is een soort tunnelvisie. Je waant je een afgescheiden wezen, eerder dan dat het de illusie ervan onthult. Er mag ook niet van meerdere gehouden worden. Anders is er bonje. Uitzondering terzijde. Overspel is aan de ene kant geen goeds, maar ons idee van liefde is eenzijdig. Het scheidt ons eerder van elkaar af, dan dat we met die open armen aangeven dat ook de vijandigheid van een vreemdeling niet te min is voor het hart. Wat nota bene rondom liefde uitstraalt. Wat geen grenzen kent. Wat door de blokkade pompt, welke het hoofd is vormen. Een hoofd van normen, regels en een gareel waar je je aan moet houden. Het hart is eerder de baas over jou. Het klopt of je wilt, of niet. Niemand beheerst deze motie. Er zit geen stuur op. Eenmaal in een bepaald gevoel, merk je hoe emotie aan je rukt. Je kan verlammen. In actie komen. Koken van woede en verstijfd iets in je keel voelen bonzen. Het hart bezit je meer dan andersom. En toch is het jouw hart? Met jou als opperhoofd? We schijnen in er aardig in te slagen. Voor je het weet gebruiken we het om te krijgen wat we willen. Zo linkt zich een hart met van alles. Het kan breken, er zitten dierbaren in en het gaat uit naar iemand. Wijl jij erachter zit. Je bent dit van mening versus je feit-verlegenheid. Manipulatief karaktertje, wij die het hart tot ons nemen. Wie ziet, in plaats van als van jou, in dat het niet te claimen valt? Misschien een idee om de filmwereld niet als voorbeeld te nemen. Om papa en mama te vragen hoe het werkelijk zit. Om bij jezelf te beginnen met een verhoor waarom je denkt eigenaar van je lichaam te zijn. Wijl het eerder andersom is. Dat ik het op jonge leeftijd lastig vond om te zeggen dat ik van iemand hield, vind ik zo gek niet. Wat los staat van het toneelstuk waarin ik mezelf prima, maar dus zweverig tot uiting kan brengen hoe ik van iemand hou. Dat anderen het doen, oprecht of niet, kan ik net zo raar vinden. Wie voelt de dromerigheid niet aan? Is zich niet bewust van verwarring? Neemt het klakkeloos aan? Het is net als reclame verleiding. Oneerlijk. Zo begoochelend als dat ook deze woorden een waan voorstellen. Druk je dit venster nog weg of hoe zit het? Moet ik het doen? Langskomen om het geloof uit je te sleuren? In het licht van liefde. Wat verder gaat dan alle ik-hou-van-je's bij elkaar. Of wat een stap terug aanreikt. In plaats van aan liefde, alles aan een vraagteken te hangen. Een soort suïcide voor geloof. Zelfmoord, maar dan letterlijk genomen. Let wel, letterlijk. Anders is het lichaamsmoord en dus de alom bekende zelfmoord. Waarbij verwarring- Nah goed. Je snapt het, of niet. |

