In beslag genomen



In beslag genomen


         Bij de douane voedsel, mama een Game Boy en ik door de dood. In beslag genomen. Voor het gebeurt betoverd en wanneer het is, zonder teruggave. Het leven in ruil voor... houdt me bezig met een fascinatie voor wat? Wat ik geeneens weet, als ik eerlijk ben. Het onderwerp dan, laat me niet met rust. Niet zonder reden, want het ik-wil virus gaat er niet goed op. Tuurlijk, ergens kan je er ook een verlangen in zien. Wat maakt dat het de ik-wil varieert. Al is het anders. Van al het willen is er niets dat verlangens zo om zeep helpt als de dood. Het gaat niet om een doodswens zoals je mis kan vatten. Het is geen suïcide wat mij hiertoe brengt. Er is niets tegen het leven. Met respect naar onwil, walg, wenen enzovoort. Mits het enig onderscheid maakt tussen lichaam en geest. Waar ik een heel verhaal van kan maken maar niet doe. Omwille de dood in te duiken. Te zinken in gedachten.
Het heeft mij, dit tegengif. Wat heeft het ook voor zin, wanneer de dood er in een zucht een einde aan maakt? Hoe vaak heb je je wensen nog te vervullen om te zien dat er niets is dat geeft wat je wil? Het zijn gedachten die je aanhaalt, geen op zichzelf staande feiten. Lekker knagen op zintuigelijk genot, lust ongeremd en je verleiden? Mij niet gezien. Van seks tot de boterham die je eet, er blijft niets van bewaard. Het is toch een keer helder? Vast niet. Maar wat voor mij soort van vaststaat is de dood. Met angst wat er aan vooraf gaat. En dat is kicken. Net als een zijweg van het gebaande pad inslaan, schijn tevoorschijn toverend. Zo geen weg te bekennen is. Weg pad of acht het padloos, zo je wil.
Waarom luidt de norm niet, dat ondanks het geen makkelijk onderwerp hoeft te zijn en de angst te groot, het deugd is om er door te worden gegrepen? Lieve mensen, het is niet ongedaan te maken. Het is definitief en zal geen genade hebben met wat er aan vooraf gaat. Hoeveel poen je hebt, wat je aan liefde voelt en wie je bent, het maakt er gehakt van. Het is mij normaal zo'n middel te gebruiken wanneer 'ik wil' de kop opsteekt. Bedenk je eens, wat voor impact heeft onze wil? Niet per se de 'goede' daden, waar over valt te twisten of het deugd. Vooral bij wat schaadt is het mij duidelijk die gehele wil onderuit te schoffelen met dit ene idee. Om andere ideeën aan te pakken. Misschien opgevallen dat ons denken ook maar een stroom lucht is, gebakken? Dat wie we denken te zijn op basis is van verschijnsel? Er zijn in het geheel geen verlangens. Door met elkaar om te gaan houden we de illusie in stand. Bevestigen we schijn. Hakken we het er bij elkaar in dat dingen echt zijn.
Van jongs af aan labelen we de wereld in en om ons heen. Nog niet bewust van dat het projecties zijn. Ideeën. Versus de heilige overtuiging dat wat we ervaren honderd procent waterdicht is. En met geen argument te weerleggen. Als de dood kan lachen, heeft het zich dood te lachen. Een eeuw verstrijkt in een bubbel van ik ben iemand, moet dit en wil dat. Mocht je het in een paar woorden omschrijven. Keer op keer hetzelfde. Van A naar B. Vanuit de persoon bekeken dan. Wie vat de humor niet hoe we als mens de grote lijnen niet zien? Alsmaar in de weer met delen van. Maar niet het geheel. Van boterham naar boterham, met tijdelijk geld en dan het zelfbeeld. Die betoverende dunk. Met allerlei verlangens wat we ons wijsmaken. Van wat je wilt worden tot hoe zie ik er uit ten opzichte van anderen. Die op hun beurt ook vallen voor de truc. Want ook dit is het. Een eeuwenoud fenomeen. De persona. Ofwel het masker. Het wordt zo onderhouden dat ik me afvraag waar de interesse is om achter de vermomming huis te houden. Waar ik om lach. Zo ik ook bezig was met het weggegooide geld van wie ik dacht te zijn.
Hoe in vredesnaam zien we niet dat er op een gegeven moment niets van ons overblijft? Hoe dit in verband ligt met wat het leven dan voorstelt? Wat er qua techniek mogelijk is en aan uitvindingen wordt gedaan tot alledaagse intelligentie en dan nog lopen we dag in, dag uit met een of ander vaak amper onderzocht idee, wat we voor waar aannemen. Stront onderzoeken doen we wel. Krijgen we zelfs voor betaald. Maar wie het is die stront onderzoekt? Dit gaat te ver, ofzo? Is niet interessant? Misschien gaat het onbewust. Om het in die hoek te gooien. Dan ben je er niet vanaf, noch dat het iets verklaart. Maar zoals met alles wat je werkelijk wil weten, je zal het nooit weten. Het willen weten laat me ook met rust. Waarom zal je, zo je ziet dat er geen snars klopt van ons als mens? Om in de kern te beginnen, een 'ik' komt maar eens met een ondoordringbaar argument dat het bestaat, dan praten we verder.
Zo lang de onderste rij kaarten er niet is, flikkert alles wat we er op baseren in elkaar. Wat vóór de dood al lachwekkend is.
Bedenk
                      Vergezocht

is zien dat alles illusie is.
Hoewel het al eeuwen rond gaat. Alles is maya, illusie, zeggen we dan. Dus ook dat alles illusie is. Wat vóór de dood al lach kan wekken.

'Ná de dood' veronderstelt dat illusie, het leven en wie dan ook er gans geeneens toe doet. Wat vóór de dood niet hetzelfde hoeft te zijn. In andere woorden lach je door de lijnen lezend. Maar lach je dubbel zo het wegvalt in wat niet te wenden is.

p.s. niet dat het onwaarschijnlijk is dat alles geen illusie is en daardoor waar. Hoef je ook niet ver voor te zoeken. Zet een vraagteken achter wie dan ook en wees eerlijk.
hoe dit in verhouding staat tot ná. Ik liet mij ooit vertellen niet zo na te denken. Zelf dacht ik weleens dat het onmogelijk is om zo over de dood te peinzen. Maar eh, ik heb het mis. Diepe contemplatie schrikt misschien af. Het geldt niet voor iedereen. Johannes van het kruis diens vertelt hoe het grootste deel een doordrenkende contemplatie beslaat. Het woord komt maar liefst honderdveertien keer in zijn gelijknamige boek voor. Het gaat om een penetrerende beschouwing, bespiegeling en meditatie. Een vergeten werkje voor het noodzakelijke rekenwerk. De som welke wiskunde niet wist, te wissen. Ondanks dat we wiskunde wiskunde zijn gaan noemen. Wat niet van wissen komt. Maar los daarvan een prima term is om te beschrijven waar Einstein het over had en wat men in alchemie nigredo noemt. Om maar een brug te bieden naar dat het overlapt.
Het is overdenken, wat mogelijk maakt om afstand te houden tot het grijpen naar genot. Net als gevoel gadeslaan in verhouding tot nalopen. Waarbij je op kan merken dat we ons over het algemeen weinig tot nadenken zetten. We ons vooral richten op hoe verzadig ik... tot je ziet dat er nooit de verzadiging zal zijn waar je naar op zoek was. Wat mij gedeisd houd en niet bezig met wereldse zaken. Al is het idee van eeuwige rust ook materialistisch. In dat het materie is waar ik het over heb. Wat laat zien dat wie wat ook zegt... Vooral deze rare vogel, wie zo hamert op de dood zonder hamer in handen. Wie met tegenstrijdigheden strooit alsof het pepernoten zijn. Het dubieuze in handen neemt als uitlaatklep voor de golflengte, waar het zich eerder mee dacht te mengen. Zij het tijdens school, werk en het sociale.
Voor wie ziet dat verlangens niet geven wat je wilt, kan de dood helpen. Waar verlangens ons in actie zetten, is het na wijlen andersom. Mits je het eerder genoemde onderscheidt maakt. Wat verschilt met suïcide. Waar je wel in actie wil komen. Ondanks dat het niet nodig is. Zo het misverstand niet helder is en we ons van kant denken te maken. Pech voor de zelfmoordenaar. Want ja, het idee dat je van shit af bent en dus niet meer door drek hoeft, zal je dan niet wanen. Maar hee, er was geen zelf, om mee te beginnen. Wat dan weer mazzel is, al zeg ik... zelf. Afgezien van dat de meesten hier misschien anders over denken. Liever een stuk verdriet met daarin jezelf, dan zien dat het geen feiten zijn waar we het over hebben? Met alle respect naar de melancholische, zwartkijkende nihilist. Zo ik niets tegen rauwe gevoelens heb. Van onderuithalende angst tot rug tegen de muur duwende verlamming en woede witheet. Welke maskeert. Achter boosheid zit namelijk een bange poepert. Des te groter de persoon, des te groter de vermomming om vrees te vergeten. Zekerheid om het onzekere te veinzen. Mocht het te vergelijken zijn. Wat niet zo is. Wijl in grillen een kans zit, welke niet te vinden is als het leven op rolletjes gaat.
Wat iemand over depressie zei, is dat het ego op het punt staat te sterven. Waar we gevoel en denken door hebben te drenken, is niet waar we onze aard tonen. Meestal en onbewust speelt angst een grote rol. Het is valide, maar we zijn knettergek als je het mij vraagt. Ik zal ook geen meelij hebben met wie als senior nog denkt een of ander persoon te zijn. Dat ik je met rust laat, ja. Maar niet zonder voor mijzelf al lachende en zo nodig met traan onze onweet op te merken. Wat eerder een stopwoord is, dan dat het iets verklaart. Wat in het begin bij zulke begrippen niet helder hoeft te zijn. Net als 'werk aan jezelf', 'je leert je hele leven' en 'live the life you love, love the life... toe, bijt. Wees overtuigd. Doe alsof het zo is. Wijsheid van de hoogste plank. Excusez, maar dit gaat niet. Zoek het uit. Zet er een vraagteken achter en wees kritisch.
Wat heeft de dood aan je? Niets. Noch aan je door kennis vergaarde wijsheid. Of anders, wat heb ik waar dan ook aan, wanneer de dood mij in beslag neemt? Welke ervaring, welk gevoel, wat voor iets tijdens het leven is van toepassing op er na? Neem de toekomst. Daar gaan we weleens goed op. Zolang deze niet het totaal plaatje schetst. Als een soort sprookje met eind goed al goed. Waar we als speen op sabbelen. We verzinnen morgen, want? Het hier en nu kunnen we niet aan? Heden geeft ons niet wat we willen en we willen. Wat nu juist in de weg staat om in het heden te leven. In het kort, hoe ziet onze toekomst er werkelijk uit? Precies, geen genade. Wat een inzicht is waarin vrede schuilt. Voor wie door de bogus ziet.
Liever in beslag genomen worden door, dan dood gaan zonder er door in beslag te zijn genomen. Al in beslag genomen zijnde door het leven. Wat uiteindelijk door de douane des doods en moeder der destructie geen vervolg zal kennen. Weergegeven vanuit een toch al niet bestaande ik. Ik? Ik heb niets aan te geven, noch een Game Boy voor mams. Ik laat mij in beslag nemen, door wat ik niet weet. [lachen]



  Wat me boeit in je tekst 'In beslag genomen'?

De manier waarop je beschrijft dat, gezien de dood een onontkoombaar einde is, het zoeken naar 'waarheden' en het stellen en nastreven van doelen in het leven zinloos is.

Daar zou ik de volgende vragen over willen stellen: even los van de vraag of een 'ego' wel of niet bestaat: als iemand bepaalde dingen doet die iets teweeg brengen bij anderen, of die de natuur of de maatschappij beïnvloeden, heeft dat dan totaal geen zin?

Is het ook niet een goede zaak dat een persoon zijn eigen goede eigenschappen en vermogens benut, om daar zelf bevrediging of geluk bij te ervaren, en daarmee bovendien anderen iets te geven? Ik denk dan bijvoorbeeld aan kunst, liefde of zorgzaamheid.



De vraag is, waarom je mij deze vragen stelt. Ik val er niet voor. Misschien is het voor jezelf om iets te onderzoeken. Mits de interesse echt is in wat je vraagt en je het voor jezelf uit wilt pluizen. Dit zijn voor mij geen vragen (waard). Wie na zeventig jaar niet lijnrecht tegenover diens argumenten kan staan en met een knipoog erom kan lachen, heeft huiswerk als je het mij vraagt. Het kan een goede vraag zijn, maar aan de verkeerde.
Als je deze vraag jezelf stelt kan er misschien een onafhankelijkheid groeien naar mij of wie je zoiets ook stelt. Een advies is om hen te vinden wie interesse hebben in de details waar je het over hebt versus de kern welke wordt vermeden. Een verschijnsel wat er toch al niet is. Uiteindelijk kan je opmerken dat we elkaar niets te zeggen hebben, om meer dan één reden.
Wat denk je zelf dat je als antwoord kan geven op zulke vragen? Het zijn ideeën, invalshoeken en meningen. Geen feiten. Ik koop er niets voor. Mocht je echt lezen wat ik op duijn.blog zet dan bedenk je je eer mij iets stuurt als dit. Los van dat je met schrijven de tijd hebt om er over na te denken. Naast de inhoud kan je zinnen namelijk wat laten rollen versus een openingszin als Wat me boeit in je tekst 'In beslag genomen'? Wat een rare plek is voor een vraagteken. Of de vervolgzin welke grammatisch niet lekker loopt en daarna drie afzonderklijke berichten in plaats van een welgevormd geheel in één verzending. Take it or leave it. Zo goed je kan zijn in leraar spelen, zo slecht net zo. Of in andere woorden, misschien is het een idee om open te staan voor zo'n 'ego verhaal' wat toch al niet waar is of anders mij buiten te laten waar je mee komt.
In beeldspraak ben je als toerist soort van veilig over het strand aan het wandelen, omdat duinen beschermd zijn en niet mogen worden aangetast. Onwetende dat je op zandkastelen stapt in de waan van het daar straks, niet hier nu. Waar de ander diens gevoel een zandkasteel kan vormen en met een tegenwoordigheid van geest ingang is om het niet over een daar straks (A naar B, egotaal, iemand die dingen wil doen) te hebben, maar te zuchten in het hier nu met een inzicht als waar heb ik het over, waarom en vooral wie ben ik (om enzovoort...)?

Ken jezelf



         Je hebt het over 'jou', als in mij. Afgezien dat ik niet eens weet wie ik werkelijk ben, hoe moet ik weten wie die 'jou' is? We vertalen ik ben ik en jij jij continu, wijl niemand vertelt hoe de vork in de steel zit. Dat we klakkeloos van jou mij maken en vice versa. Los daarvan, hoe kan ik vanuit jouw ogen kijken? Weten wat jouw versie van 'mij' betreft? Ja, de woorden die we wisselen komen overeen. We doen alsof we ons begrijpen. Net als wanneer het stil is. In vrede met elkaar. Niets is minder waar. Het zijn trucjes, that's all.
Ik heb mijzelf nooit gezien zoals jij mij ziet, qua zicht op zich. Kan ook niet, tenzij ik een out of body overkom, in alle bovennatuurlijkheid. Een spiegel telt niet, die draait de boel om. Plus, het is een reflectie vanuit mij bekeken. Wat jij ziet, met jouw kleur en achtergrond, hoe moet ik dit weten? Al deel je mij dit, waarbij ik dan knik of schud, het is niet de weg. Omwille waarheid is begrip geen eindpunt. Hoe we er ook mee opgroeien en het onderwijs er goed op gaat. Wat niet voor niets onderwijs is, niet wijs.
Wie we zijn is eerder wie we kennen. Het zijn de woorden die we er aan geven. Beginnende met een ik, als middelpunt, 'ben' dit of dat. Wijl inzoomen mij zegt dat we het hebben over wat we kennen. Woorden, het intellect en bijvoorbeeld klank valt te begrijpen. Door er aandacht op te leggen tot het niet vreemd is. Eventueel als omschrijving van iets anders en hop, ik ken het. Weer wat geleerd. Ben ik het? Nee, ik ken het.
We zijn toch met geen woord te beschrijven als we echt interesse tonen? Op een gegeven moment val je toch stil? Dit is wat mij gebeurt. Dan word ik sprakeloos. Krijg ik geen woord te pakken als het er om gaat. Er zijn genoeg woorden, dat wel. Maar geen bruikbare. Ze leken bruikbaar, maar bleken mij niet te kunnen vormen. Waarom zal je? Dingen die komen, gaan en zo glad zijn als... wie identificeert zich met taal? In het geheel dan, niet wanneer je bij de paspoort controle staat.
Als je voldoende bezint is er geen wie begint. In het spreekwoord staat ook nergens dat na het bezinnen, we ergens aan beginnen. Het kan, denkbeeldig. Er zijn aannames zat, men is vol van veronderstelling en er is genoeg waarvan je denkt dat het zo is. Vogel het uit en zie erdoorheen. De praktijk is op school al schaars, met reden. Van jongs af aan opkijken naar 'de realiteit' is gebruikelijk. Na bepaalde mate van leven is er geen werkelijkheid te vinden. Vraagtekens, misschien. Maar een zo is het en niet anders komt iedereen toch eens de strot uit?
Iets kennen is één, maar het zijn, mh. Die vergissing heb ik genoeg gemaakt. Ik zie het worden gemaakt. Maar ik kan er niets aan doen. Het is niet zoals de Sint, wat we op een gegeven moment verklappen. Het is hardnekkig, maar ergens goed in de war om telkens in ik ben huppeldepup te eindigen. Wat niet zo is. Al mag het lijken. Wanneer ik mijzelf vraag wie die 'ik' is, hoe ver kom ik dan? Wat moet ik zeggen?
We verwarren ons continu met het lichaam. Al is niemand elk moment bewust van: ik ben mijn ogen, voeten, bloedvaten, hartklopping, stoelgang, lever en de stront die ik maak. Noch wat ik zie, voel en hoor. Of het verleden wat ik opsom: ik heb dit gedaan, dat meegemaakt, mijzelf A genoemd, B overwonnen, zus bereikt, zo ervaren. Zie het als stront en spoel zo'n theorie, want dit is het, door. Nu beschreef ik een lijstje wat in verhouding- vraag het aan je buurman, ouders en vriend of vriendin. Er is een kans dat er een - ik? Ben dit. Dit? Ben ik - uitrolt. Een vicieuze cirkel, welke frappant genoeg niet zo wordt herkend. Nee, als we ons maar in het lichaam herkennen en dit op anderen toepassen, dan blijft onze benepen bajes bestaan. Kunnen we met povere praat prutsen tot aan de dood. Mijn verbazing was er, maar opmerkende hoe we ons over het algemeen gedragen, neem ik afstand.
Wie is de tredmolen niet bewust? Leest elke dag de krant en voegt zich naar anderen? Het is geen goed of slecht. Dit staat er los van. Wanneer er realisatie is of niet, gaat niemand over. Dit kan je niet leren door te lezen, noch voor streven. Je kan je verrijken met wat naar mysterie wijst, maar het garandeert niets. Je kan ook op de bank naar een soap staren. In het geheel gezien is beide geen probleem. Maar zit je niet stil, denkende een doener te zijn? Doe deugd. Aan de ene kant zijn de woorden die ik gebruik ook trucjes om er zo min mogelijk doeken om te winden. Een poging, tenminste. En het blijven doeken. Ik kan het in taal niet anders brengen dan met taal. Dit is hoe we met elkaar communiceren. Wat je beperkt mag vinden. Vandaar dat stiltes zo aannemelijk kunnen zijn. Elkaar met rust laten. Geen ik jij wij gedoe. Ken jezelf ken de pot op. Wees jezelf is ook maar waas, vanuit een bepaalde hoek bekeken. Heeft ook geen zin om er in te geloven, in dingen die er niet zijn. Wat er wel is? Vraag het je af. Misschien geef je het ten goede op, zoals mij. Komt er misschien een rust voor in de plaats. Een goh, waar heb ik het over?
En waar had jij het over? Mij? Wat wil je nu, werkelijk? Mij in ieder geval niet, dat kan ik je zo zeggen. Al heeft dit ook te maken met dat je nooit zal weten wie ik ben. Net als ikzelf. Zowel wiens zelf dan ook. Dus wie ken je opzij en wie ben je? Een jij? Wat in taal vertaald een van de miljarden ikken op aarde betreft? Er is net beschreven hoe futiel onze fata morgana is. Blijf dus vragen wie, wie en nog eens wie? Op een gegeven moment kan het zijn dat je het ziet. Dat dit gewoon tekentjes zijn op het scherm, kronkels in een boek en een klank om naar te luisteren, niet om er belang in te zien. Onthechten? Het is wellicht wenne, maar dit kenne en wie we benne ken het wegpenne wat het wil, het is er liever voor renne. We zijn zo graag benne, wijl we onszelf ermee ontkenne. Dus, wie is als het ware en wie het ware erkenne?

Zie de waan

Sinterklarie


         schijnt in zijn dromen. Onder mijter, achter baard. Eerlijk avondje is gekomen. Avondje van ene Klaas. Voor ons liegen, wat apart. Wees echt Sint en volhard. Voor ons liegen, wat apart. Wees echt Sint en volhard.

Wie verandert, verandert.




       
Misschien wil je dat onze interesses overeenkomen, al was het voor een deel. Probeer nu eens geen beeld te schetsen van zo wil ik zijn en zo wil ik dat wie dan ook is. Wees eens eerlijk. Kijk naar onze ontmoetingen. Mij maak je niet wijs dat wij voldoende klik hebben. Het is frappant dat dit, wat mij al ruime tijd is opgevallen, lastig is om te bespreken. Er lijkt geen ingang te zijn. Wat niet aan iemand ligt, voor de duidelijkheid.
Zulke berichten zijn naar mijn idee effectiever om tot een kern te komen. Face to face is niet onmogelijk, maar schrijven zegt meer, met minder. Er kan ergens over worden nagedacht, wat in direct contact geen ruimte hoeft te kennen. Overigens is onze historie zo, dat we ons af kunnen vragen hoe vaak iemand een ander nog heeft te zien, na tientallen jaren dat ze elkaar al hebben gezien. De vraag dus weer, wat wil je?
Wat ik al vaker heb gemerkt met zogenaamd geïnteresseerden, is dat het niet verder komt dan 'ik wil contact, ik wil je zien, even langskomen'. Meer is er niet over nagedacht of het komt met vlakke argumenten die mij niet raken. In jouw geval nu ook 'begrijpen'. Allemaal verlangens. Alsof we geen gram verschillen met hoe een kleuter naar de wereld kijkt. Het wil ijsje, appel en contact. Succes. Niet bij mij.
In correspondentie kan het rustiger delen wat er te delen valt. Onze vorige ontmoeting liet weer zien dat een gesprek tussen ons dood kan lopen. Waarbij je je af kan vragen, zijn we elkaar gesprekspartner? Nee, hè? Want ik en voldoende mijzelf zijn bij menigeen wordt 'm niet. No offense. Ik kan idealiseren dat het anders is, dit kan iedereen en zijn we goed in, maar nee. Liever eerlijkheid in de mond dan dat ik me verwond aan wat ik genoeg heb ervaren. Ik ben niet eens van dit uiteenzetten. Het moet maar even, mocht het helderheid verschaffen en aangeven dat ik niet meedoe met het persoonlijke wereldje waar ik velen nog in zie verkeren. Als ik zo vrij mag zijn in te vullen wat niet in te vullen valt. Ondanks dat er voor mij van alles wordt ingevuld, of ik het wil of niet. Dat dit niet duidelijk is en er telkens naar uitleg wordt gevraagd komt mijn neus uit.
Als ik je werkelijk boei, laat je me in dit geval met rust. Wellicht valt het je niet op, maar als de taal die ik gebruik om mijn grenzen te stellen jou niet aanstaat, als je er iets onhandig aan vindt of wat dan ook, wordt het tijd om ogen te openen. Los te laten aan verwachtingen. Welke niemand helpen. Over de tijd merk ik dat woorden, die er al lang hadden mogen zijn, nu gaande weg worden gevonden. Dit zie ik ook als je de berichten hier op een rijtje zet en kijkt hoe iets aan het veranderen is. Wat gelijk een onderwerp is om mee af te sluiten.
Wie verandert, verandert. Wie hier niet in mee kan gaan, kan gaan. Iets wat in relaties knelt, zoals je bij jezelf kan zien of waar ik een voorbeeld van ben als het om mijn 'ik' gaat: de bottleneck van en crux ten top. Tussen ons kan ik zeggen, laat me. Ik verander, om het in taal naar jou te vertalen. Met de kanttekening voor mij en wie het eventueel ziet: vraag wie die 'ik' is tot er geen verandering, 'ik', noch wie dan ook wordt gezien. Wanneer ik merk dat mijn relatief veranderende 'persoontje', naar wat voorbij het persoonlijke gaat, de ruimte niet vindt, is het weg. Dan laat het op zijn minst zichzelf met rust. Het is bij deze een idee om stap voor stap te nemen. In eerste instantie via schrijven een handreiking te geven en los te laten waar dit heen gaat.
Waar het over gaat, beslaat niet niks. Of juist wel. Het is maar hoe je er naar kijkt. Dit verwoordt het niet zo één, twee, drie. Vier, hoedje van papier. Voor mij is het nu, hier en boeit de toekomst en verleden me geen zier. Noch dat ik bier tot me neem, zo zorgende de alcoholist op afstand te houden. Het lichaam onderhouden is niet wat we er doorgaans van vatten. Norm houdt ons vlak, wijl het dieper gaat dan een wegtrekken van de bodem. Al kan ik dit pas zeggen nu het is ontdaan aan ballast. Aan drank, drugs en sociaal gedoe. Wat niet eindigt bij genotsmiddelen. Tenzij je ziet dat ook geloof, de persoon en hetgeen eraan verwant net zo drugs kan zijn.
Weet je, ergens heb ik een hekel aan dat er nu een stroom woorden uit het niets verschijnt. Wat kan gebeuren als er een bepaald soort contact plaatsvindt. Zij het na wat we met wie dan ook delen, dat er inspiratie ontstaat. Vroeger keek ik er naar uit, als het ware. Wilde ik creatief zijn, de boodschapper, een doener. Nu? De kapper van deze woorden als haren, zo ik geen zin heb in dit soort dingen. Wat ik minimaliseer en in dit geval maar neem voor lief. Wat ik zeg, al is het nooit dat wat ik voor me zie, hoef ik mijzelf niet uit te leggen. Noch dat er om wordt gevraagd. Al is opkroppen geen goed idee.
Waar ook niet om wordt gevraagd, is om ons als persoon voor te doen. Niemand heeft met elkaar afgesproken dat jij zus bent, ik zo, jij dit werk doet en ik dat. Niemand bespreekt elkaar het spel dag in, dag uit mee te spelen zonder zich den diepste te vragen, wie? Wie ben ik? Desnoods vuurt het alle vragen mogelijk en stort het zich in een opheldering tot duidelijk is wie de oplichter is. Wie het centrum denkt te zijn, waar het om draait. Wie vindt dat onze gedachten werkelijk nuttig zijn. Wijl als ik eerlijk ben er uiteindelijk geen, in de totale zin van het woord, een nut dient en samen met deze woorden door de gootsteen mag. Voor ach, wat heb je er bij de laatste adem aan?

Dag aan, dag uit



        
Ik weet niet wanneer mijn laatste dag is. Dag dus, met al wat ik nog moet, zo nog wil. Zo? Geen garantie voor wie er zo wil zijn. Eens is het er, die adem, die zucht, welke geen herhaling kent. Wat doen we? Herhalen, tot die tijd. Liever een robot modus dan echt denken. Nadenken en door angst heen voelen gebeurt zelden. Voor velen gelden die als het maar positief is praatjes. Niet in staat het leven te nemen zoals het is.
Ons volwassen achten? Alsjeblieft. Als kind ben je voorbeeld voor een ontvankelijke en open houding. Al wordt gevoel dan nog niet volop waargenomen. Dat dit op leeftijd nog steeds geldt, stelt vragen. Ondanks dat het volwassen groeit, zijn we zo rijp nog niet. Al kunnen we opgewassen zijn voor de lelijke kanten van het leven, toch is observeren geen norm. Gadeslaan wordt in de weg gezeten door tal van regels, praatjes en verzinsels. Welke er misschien ooit toe deden, maar zich heden herhalen. Door wat zich tussen oren bevindt. Het commentatorkwaaltje. Zet de televisie aan en kom vingers te kort. Keer inwaarts en merk gedachtegoed ook op als slecht.
Van al wat je denkt, wat kan je er van vergeten? Alles, als je het mij vraagt. Begin met Alt+F4. Wat heb je aan (deze) woorden? Hoe prachtig we ons ook vinden, zo slim en intelligent, zo achterlijk is het dat er geen knop is voor de eindeloze stroom aan informatie. Welke we elke dag ervaren. Nou ja, tot het onze laatste is. Mooi, toch? Al is er altijd wel iemand wie opmerkt dat je dan dus liever dood wilt. Nee, tweezijdige denkmachine. Dit krijg je wanneer je het houdt bij zwart wit wetenschap. Dat niet voorbij denken gaat. Wat het ondenkbare betreft.
Zo kunnen we in taal naar iets wijzen, maar het met geen woord bewijzen. Wat het ook is. Zoals we ons op de vinger richting de maan richten, ongeïnteresseerd naar waar het licht vandaan komt. Over Socrates zijn grot gesproken... nee, gelukkig zit er ook een einde aan. Nu goed? Omdat 'ook' suggereert dat het geen zwartkijker is die dit schrijft en tegen suïcide hikt. Heeft het nog verder te prakken of stellen we ons bezonnen op? Het is begrijpelijk dat je iets leest wat je letterlijker neemt dan nodig. Hier kan je uitgroeien. Iedereen heeft het vermogen tot nadenken, kan een zin anders lezen en eromheen lopen. Zo het oordeel over wie het uit bij zich te houden. Wie niet verantwoordelijk is voor wie het hoe dan ook vat. Leer een vraagteken plaatsen. Wees mentaal zo dat je een zin buigt tot wat jou schikt. Niemand weet de context echt waarin iets wordt gezegd, behalve degene vanuit wie het is bekeken. Wat nimmer exact hetzelfde- in wiens schoenen staan we?
Gevoel niet wegdrukken wordt weleens gezien als afwijking. Emoties? Begin er maar niet over. In plaats van aanschouwen, houden we er graag een mening over op. Net als we de tijd denken te hebben, ondanks een drukke agenda. Als je eerlijk bent, zijn we veelal rommelen. Zo belangrijk zijn we niet. Maar voor een of ander zelfbeeld is het nodig, anders heeft het geen poot om op te staan. Zo'n zelfverzonnen masker wat we dag in, dag uit onderhouden. Dat in de weg staat voor het onderliggende vuur van gevoel. Wat de handen warmt als we niet zo in de rook wapperen van die eindeloze stroom.
Het is een giller als je jezelf opmerkt als overbodig. Een rust wanneer je je niet gelooft. Grappig om je niet te vertrouwen. Dan heeft de wens van suïcide geen grip, wordt de lekkerste vrijpartij doorzien en stellen deze woorden niets voor. Wat ergens niet klopt, gezien het dit anders net zo niet hoeft te schrijven. Wat bij deze ook niet is geschreven. Maar ja, wie heeft het in zich om ergens omheen te lopen? Een andere hoek te interesseren? Niet zo lineair als een liniaal te leven?
Om nu te zeggen dat een eerste opvatting waterdicht is... laat staan dat er een waarheid is. Anders gezegd dient er voor de laatste dag een eerste te zijn. Dag, dualiteit. Het ondenkbare valt niet te bedenken. Het onbekende niet met wie bekend is... het is de bekende weg om over het leven te spreken zonder de dood er in begrepen. Zonde, maar de 'volwassene' heeft ergens mee te spelen. Wie er rijp voor is deinst niet terug voor grillen. Maakt er niets van. Gaat voor zelfrealisatie in alle deugd over lijken. Is niet vies van lijken en het idee dat het zal bezwijken. Wie is in leven, door de dood kijken?

Intelligentie



        gaat niet over intelligent zijn. Het is onrealistisch. Waar zit het, in een hersenkwab of ons zogeheten geloof? Als je op televisie ziet hoe het er een spel mee speelt, kun je je afvragen of we over intelligentie spreken. Los van een cijfer berekenen op basis van bepaalde opdrachten, wat ook al zo... noem het maar niet intelligent.
Overigens, wie zegt dat het met vraagstukken, die in zo'n test voorkomen, kan worden bepaald? Wat weinig weerspiegelt van het grote plaatje zijn de onderwerpen. Het vult tijd meer dan je er iets aan hebt. Het leven varieert daar waar dit niet. Voor je het weet vormt het oogkleppen. Kan je buiten het kader kijken, maar wie zegt dat er lijnen zijn?
De toets is irreëel, als je het mij vraagt. En de stof droog. In een rukwind kan je nog zo goed zijn in denkwerk, maar vasthouden aan een boom of iets, valt dit er ook onder? Iets wat nergens mee is aan te tonen gebruiken om de wereld verder op te delen dan het al aan splinters is. Waar het ook nog mee aan de haal kan gaan door zich beter te achten dan anderen. Of andersom. Aan het eind van de dag heeft niemand er wat aan. Van jongs af aan worden er opmerkingen geplaatst die later op littekens lijken. Van dom blondje en slimmerik tot degeen met een intelligentiequotiënt (IQ).
Trouwens, hoezo noemen we iemand met een hoog IQ intelligent als je dingen vlug snapt? En waar dient het vlugge voor? Trein halen, de dood zit op je hielen? De media zit vol met een beperking van tijd. Als er maar een finish is en zoveel seconden. Gekkenwerk. Neem de tijd. Ontspan. Hoe moeilijk de sommen zijn en wie deze ook vat, zien dat er geen ego is, dus geen intelligentie... [zucht]. In de ingewikkeldheid duiken en daar in blinken, top. Maar, wat heb je er aan? Voor wie? Wie noemt je intelligent? Jij, of de ander?
Want zo gaat dit. De een wie het niet dusdanig is zal de ander vertellen hoe... kom op. Ik heb me zo laten noemen. Onnozel dat ik ben, licht ik mijzelf dan op. Verknip ik me. Wat niet nodig is. Ga ik op zoek naar dingen die het bevestigen. Tot er iets knaagt. Een vraagteken wat de IQ test ontgaat, de Nobelprijswinnaar ontbreekt en de mens vreemd is. Voor de ander om jou intelligent te noemen is het misschien een tijdelijke oplossing omdat het dit zelf niet is. Want als een ander het niet is, maar het in jou denkt te zien, wie ben je dan om dit te zeggen?
Het zijn geen feiten waar het over gaat. Het zijn meningen om moe van te worden. Met zo veel dingen beoordelen we iets aan de buitenkant zonder dat het dit eigen is. Laat me je zeggen, die 'ik', waar we het op hebben te baseren... waar? In welk bot verstopt? Hoe vaak moet een gedachte er zijn tot je ziet hoe vaag deze is?
Vervolgens beweren dat wanneer iets zwart op wit staat een feit is? Wat in de kern om een onhelder, niet vast te pakken verschijnsel gaat dat in een mum voorbij is? Het is idioot. Zo idioot, ik heb er geen woorden voor. Bescherm het gevoel dat onder de dikke laag onnadenkendheid van ons pulseert, want niemand doet het voor je. Het verkeer heeft er schijt aan en wie je bent is geen vraag waar waardering voor is, blijkt. Veel wat en waaroms, maar wie? Zonder tot een antwoord te komen? Die gast is gek, blijf maar uit zijn buurt. Al is dit een makkie, want ik poog je er in voor te zijn. Vooral om het niet over in tel li gen tie te hebben. Dat nogal wat lettergrepen zijn om iets wat over snel vatten gaat, snel te vatten.
Ik deed alsof ik het begreep, maar ik snap het niet. Het klinkt abstract genoeg om niet waar te zijn. Het zal een selecte club zijn dat bepaalt wat intelligent is en hoe er in te slagen. In te slagen? In wat voor wereld leven we? Als je maar iets voorstelt. Goed bent. Beter wordt. Aldoor oefenen, inspannen en ontwikkelen. Wat ook verwikkelen kan worden genoemd, in alle ingewikkeldheid. Je bent zo goed als je bent. Je hoeft niets te zijn. Hoeft geeneens te zijn. Wie denkt er anders over? De halve wereldbevolking? Als ik de tranen heb, is alles oceaan. Grap en geen grap. Maar ja, wat weet ik er van. Ik ben niet intelligent, noch onintel// EЯROR te lang: ẞLIEP letterrr grrr@# in de *^Z@%# //wurgGG GrƎƎ&pq(

Vuurtje?



      Als je niet uit de buurt kan blijven, is het figuurlijke vuur wat het spuwt kans om oogkleppen te verbranden. Dingen te nemen zoals ze zijn. We houden ons klein, ondanks we kleintjes beïnvloeden met onze 'grote' houding. Wijsheid komt niet met de jaren. Of we volwassen zijn, is de vraag. Het onderwerp wordt nauwelijks verdiept. Even als woord gebruiken is genoeg om te doen alsof je weet wat het is. Naast vele termen, trouwens.
Als we onze zin maar krijgen. Kids wijsmaken dat ze ooit 'volwassen' worden. Wie houden we voor de gek? We kunnen meer dan we denken. En minder. Maar zijn liever rommelen in comfort. Onze gevangenis opleuken weegt zwaarder dan door de muur stappen. Welke toch van lucht is. Uitbreken door onzin opzij te zetten is niet zo belangrijk als televisie. Ook de krant wacht en koffie, tuurlijk. Met praatjes waarvan we vinden dat het 't waard is. Meer waard dan het hier nu. Zo gaat de radio aan en stilte uit. Nadenken komt wel, met pensioen. Waarvan we vooraf denken dat er dan iets... het is zo'n mysterieuze term. Net als die als je later groot bent bagger. Allemaal fata morgana. Schijn maakt dat het echt lijkt.
We maken onderscheid, maar te veel of te weinig. Ik voel me niet trots dit te schrijven. Letters letterlijk maken, waardoor nonsens overtuigender lijkt dan wat het voorstelt. Niets, namelijk. Een gedachte kan nog zo op worden ingezoomd, vergroot en gelooft, hetgeen eerlijk zal er niet om draaien. Want wie heeft weleens een gedachte in handen gehad? In gedachten een gedachte zo gegrepen als de grip van een vuist? Hoe overeenkomstig voelt het met zitten? Met een solide druk die wordt waargenomen versus wat? Een fysiek niet te voelen voorbijvliegend verschijnsel?
Ondanks dat zitten ook niet beschrijft wat je doet. Het zijn woorden die we ergens tussen plaatsen om de wereld voor een procent te praktiseren, maar wat doen we met die andere negenennegentig? Frons, want wie vindt dat het merendeel, zo niet alles, van wat zich tussen oren bevindt niet overboord kan... Een dag met weinig gedachten, hoe is dit? Welke maken dat het boodschappen haalt, een fornuis aanzet en ander werk doet. Met tussendoor leegte. Niets. Ik zie het probleem niet. Utopie, dat wel. Het maakt niet uit dat het er schijnt te zijn, maar wie ziet er nut in? Betrekkelijk ja, dan kan je op de ene mening een andere nahouden. De ene die waarde geven en de ander zo keuren. Wat heb je er aan? Voor wie?
Televisie top, want daar zit een knop op. Mijn visie? Alsjeblieft. Vies is ie, mijn visie. Het gaat de was voorbij, direct naar het figuurlijke vuur wat in dezelfde visie de boel poogt te verbranden. Wat niet lukt, maar toch. Dan te bedenken dat de mens ganse dag hoeveel gedachten telt? Omtrent een of ander figuur wat niet bestaat, maar door schijn lijkt. Naast de rommelige indruk welke het wekt, gezien er geen controle over is. Al maken we het ons wijs, een stroom gedachten gaat niet doen wat jij wilt, wanneer jij dit wilt. Doe een proef, want mij heb je niet geloven. Al kan je teruglezen dat ik niet trots ben op overtuigen. Ik kan van alles vertellen, maar dat is het 'm. Vroeg of laat wordt je er schijtziek van. Is het woorden kotsen. Mag er een blokje onder.

Het is geen intertoys



       waar kinderen door moeten, je buik. Noch dat weeën iets zijn om trots op te zijn. Weet je, zoek het op. Wordt een wee. Wees er een. Zo, dat je van pijn leert en ziet wat het eigenlijk niet is: van jou. Net zo het lichaam met geen wet wordt beschreven eigendom te zijn. Gek eh, hele rechtszaken omtrent wat? Laat staan dat er een waarheid is welke op tafel komt, ondanks de leus waar een rechtszaal bekend om staat. Of dat [een schreew] de wee beschrijft, wanneer het jou in de macht heeft. Of andersom? Want dit kan ook. De baas denken te zijn versus het door je laten golven en er geen woord aan vuil maken.
Misschien is de mate van pijn een teken dat het niet de bedoeling is. Dat je het er bij laat en geen tweede keer voor 'Intertoys' gaat. Je wellicht realiserende dat het aantal op aarde meer is dan genoeg. Je je idee van familie wat ruimer vat en zo oké bent met geen achternaam plus onzichtbare achternaam gerelateerde nakomeling. Wat raar is, als je het zo ziet. Want familie, wie stelt dit voor?
Ooit waren paps en mams elkaar vreemd. Dit beseffen we ons doorgaans niet. Als het maar wat eigenschappen kent en dat er een jaar geleden bloemen waren, welke morgen worden
vergeten om de ruzie die ontstaat bij te leggen met een of ander... say no more. Wie is er niet klaar mee? Fysiek gefuck waar je niet van vat dat het in de weg staat om het leven te nemen zoals het is.
Wie wat goed wil maken, vraagt zich wat er waarom niet goed is tot het merkt dat waar het mee zit, zat. Gezien de apenkop van ons een focus heeft van niets en Jantje vanzelf met traan overgaat in lach. Waarbij het idee is om als 'grote' niet met triviale vragen te komen als 'waarom huil je?'. Misschien is de mate van pijn een teken. Misschien ook niet. Een natuurlijke bevalling, zonder pijn, betekent namelijk niet dat het er meer voor bedoeld is.
Al klinkt het voorbestemd als de natuur geen zeer zwelt, vraag je eerst wat de bestemming is en voor wie. In het geval van juiste kennis is er geen nood voor de beentjes wijd. Wat een enkele meid misschien ziet. Dat door de massa wordt genegeert. Wat de daad goed praat. Waarbij je met de vuist op tafel wilt slaan, maar wat mislukt. Grof taalgebruik is taboe. Wijl we het fijne niet waard zijn als we het brutale niet eren.
Je raakt iemand zo. Wanneer we norm volgen is het oké, maar buiten de comfort zone? Nee, het gesprek ons gebrek. Ondanks dat er andersom misschien het een en ander wordt beledigd. Waar het dankbaar voor kan zijn en dit meegeeft in de bal die het terugkaatst. Welke de melkmuil op de teentjes trapt. Hoe potentie er ook in verborgen zit.
Menig wie dit leest kan denken dat er iets mee wordt bedoeld. Wat niets te maken heeft met het doelloze, waar dit vanuit is denken. Wat in zo'n geval begint te grijnzen bij het idee dat er iemand voor (deze) woorden valt. Zonder Intertoys geen pop. Dat er kinderen door gaan, top. Maar de poppenkast van hop, sop, flop- kind kom op, zie dit en jezelf als een mop. [lachen]

Ademnood




         Eerst het masker op eigen snuit. Zo zonder zuurstof geen kind wie je het geven kan. Wat anders overeenkomt in hoe het massaal met de pet naar zichzelf gooit. Als er maar wordt meegedaan aan, vergetende dat er achter het masker iets wacht. Zich opzij schuivende voor kids, opofferen voor wie mag weten wat en liever een koter in de buurt, dan rust. Wat golflengte als vliegtuig ziet crashen.
Er is voor van alles aandacht, behalve de zuurstof wat nodig is om je in leven te houden. Als ook de tijd om er voor jezelf te zijn. Zich meeslepende in de ondoordachte daad waar zaad voor nodig is, op weg naar het ei van wie? Het kan veel vinden, leven op de wereld denken te zetten en 'moeder' spelen. Al vraagt het lef om hier een vraagteken achter te zetten. Waar slaat het op? Wat bezielt je een kind te moeten hebben? Laat maar. Die golflengte ligt goed en wel op de bodem van de oceaan. Naast het masker wat is vergeten en een lijk.
Kijk, niemand let je het te proberen. Maar als er een getal met negen nullen de aarde vult, hoef je niet ver te zoeken om ergens een les uit te halen. Met voortplanten, iedereen doet het en vooral eigen belang, kom je er niet. Pak een pot verf, want uit jezelf schaam je je niet. Kom maar met een tegenargument. Houdt de ellende in stand. Zwijk niet voor minder. Nee, meer is wat het wil. Meer vlees en bot. Meer om te hebben. Onder het mom van, met excuus paraat en verzonken in illusie. Gezonken op die bodem. Gestonken in het masker wat niet met zuurstof naast het lijk ligt te wachten, maar nog aan de dooie kleeft. Zo gehecht als geslachten, welke ondanks de lelijke kant met betoverende krachten, trachten zich te verliezen in een of ander gevoel. Wat in woorden prima propaganda is, om achter de lul aan te lopen.
Als we werkelijk om iets geven, er voor de aarde willen zijn en wereldbelang serieus nemen, is dit niet wat gebeurt. Waar je twee tellen mee bezig bent verdwijnt in een van de tig andere voorbij zoevende verschijnselen. Om daarna weer een paar tellen... Er is nooit de oplossing voor wat dan ook. Tijdelijke antwoorden zat, maar wie ziet dat een vraag ook geen vraag is?
Maak van die vicieuze cirkel een circuit en stap er uit. Neem rust. Stap er vervolgens niet in. De maatschappij is net zo geestdodend, als dat je er in op kan gaan. Waarvan het laatste de vraag is, waarom? Wie is uit op eindeloze verzadiging? Niet in staat om gevoel boven te gaan? Valt in liefde, zonder er in op te staan?
Mensen fokken mensen als water uit een open gelaten kraan. Dweilen? Laat het staan. Laat het als traan wellen, zo zich erin verzuipt. Een variatie op het masker wat geen zuurstof biedt. In de veronderstelling dat dit zichzelf vormt. Ondanks dat het stormt. [ding dong] 'We ervaren enige turbulentie. Ga alstublieft terug naar uw zitplaatsen en maak uw veiligheidsgordel vast.Het vliegtuig schudt. De maag draait. Wat vraagt om naar binnen te keren en als gras te waaien. Maar nee, luisteren naar het lichaam is niet voor nu. Het wil zich als boom gedragen. En wat zegt de boom in een hevige ruk?